Tjark Kruiger is van oorsprong taalwetenschapper met argumentatietheorie als specialiteit. Dit is zijn eerste roman. Waarin blijkt dat hij aardig kan schrijven. Maar misschien een tikje te veel argumenteert.

Het verhaal gaat over Leopold Casimir, een matige toneelspeler die met kunst en vliegwerk zijn kostje bij elkaar scharrelt. Als hem een hoofdrol in de schoot valt maakt hij via een gezamenlijke vriendin, Amanda – de ster uit het stuk – kennis met Marcus Bender. Bender is een ex-reclameman die zich, zo later zal blijken, tegenwoordig specialiseert op anti-reclame.

Bender heeft in Leiden gestudeerd en daarom veel last van Latijnse uitdrukkingen en dédain voor hoi polloi.

Hij neemt Leopold voor zich in en verandert diens leven. Van loser wordt de volgzame Leopold een welstandige smooth operator met eerst één en later zelfs twee beeldschone roodharige vriendinnen.

Frisheid

Daarnaast ontwikkelt hij een grote aan- en afhankelijkheid van Bender. Jammer genoeg begint het boek zijn aantrekkelijke frisheid te verliezen als ze hun anti-reclamekunde gaan toepassen op het stokpaard van Bender: de strijd tegen de religie.

Te omstandig en te gedetailleerd wordt ingegaan op de redeneringen tegen de gods- en godendiensten. Hele teksten van geplande websites worden ons door de strot geduwd. En intussen zien we, ons door de rijstebrijberg heenworstelend, hoe alles tot een scharrig einde moet komen.

Kruiger kan, zoals gezegd, schrijven. Nu moet hij nog leren vertellen.