In deze plattelandse dorpsthriller over vermiste meisjes houdt Bolton heel kundig in het midden of er wel of geen bovennatuurlijke machten in het spel zijn.

Een gezin met drie jonge kinderen vestigt zich in een klein dorp op het platteland, pal naast het kerkhof.

De twee oudste zoontjes van zes en tien vinden het wel spannend, al die zerken en tombes, de ouders vinden het vooral lekker rustig. Schattige kleine Millie van vier heeft nog geen mening.

Er is nog meer nieuwe aanwas. Het dorp heeft net een nieuwe dominee, Harry, en een knappe therapeute, Evi, die herstellende is van een ongeluk.

Zij heeft een jonge vrouw uit het dorp onder behandeling wier dochter is omgekomen tijdens een brand. Maar de moeder gelooft er niets van dat haar dochter dood is, en beweert dat ze haar nog steeds hoort roepen en ziet rondlopen.

Meisje

Het gekke is: de zoontjes uit het nieuw aangekomen gezin menen ook telkens een meisje te zien op ‘hun kerkhof’.

En Harry’s geloof in God wordt danig op de proef gesteld als hij stemmen in en rondom zijn kerk hoort. Als er een goed bewaard familiegeheim wordt opgerakeld en oude folkloretradities in het dorp worden opgevoerd, dreigt kleine Millie slachtoffer te worden in een Poltergeist-achtig decor.

Horror of niet?

Bolton hinkelt bedreven op die rode lijn tussen suspense en horror. Dat gegoochel met bovennatuurlijke elementen doet ze ronduit knap, maar daar blijft het niet bij. De structuur van het verhaal is prima van opbouw, de personages zijn levensecht en overtuigen, en er gebeurt zoveel dat dit boek beslist een aanrader is te noemen.

Een geslaagde, onderhoudende thriller hoeft niet altijd literair genoemd te worden om de moeite waard te zijn, zoals bij Bloedschande het geval is.