In een onlangs opgedoken antiek geschrift wordt verwezen naar een geheimzinnig object. Voor wie maar geen genoeg kan krijgen van de Brown- thriller.

De euforie van antiquair Artur Aiguader over zijn recente vangst antieke boeken, is van korte duur. Hij krijgt een paar ferme meppen met een presse-papier en dan valt het doek voor Artur.

We gaan door naar zoon Enrique. Enrique begrijpt waarom zijn vader is vermoord en wordt de volgende om zich over het oude manuscript te buigen, dat leidt naar een mysterieuze steen die tien kleine negertjes wel en niet willen hebben.

De rest is de gesneden koek waar Browniacs onvermoeibaar van smullen. Onrustig gemompel in overschaduwde zuilengalerijen van religieuze gebouwen, een vleugje romantiek tussen een jonge protagonist en de mooie meid die iets toepasselijks heeft gestudeerd, en de mystiek voor het noodzakelijke Browniac-element, dit keer afkomstig van de joodse kabbala.

Deftig taalgebruik

De Antiquair is best onderhoudend, maar niet verheffend. Op het gebied van de personageschets is Sánchez niet het grootste licht op deze planeet, en de dialogen zijn her en der uitgeschreven alsof er een scheutje stijfsel aan de inkt was toegevoegd.

Met de karakters en hun onderlinge relaties had Sánchez duidelijk minder feeling dan met fijnmazig historisch spul en beschrijvingen van straten en steden als Barcelona. Het valt ook niet mee om het vaak gehanteerde Browniac-thema van een originele invalshoek te voorzien, al zijn er duizenden religies op deze planeet.