Verzamelbundel met 151 denkers over internet, de meest revolutionaire ontwikkeling sinds… Ja, sinds wanneer eigenlijk? Is het wellicht de meest revolutionaire ontwikkeling die we kennen?

Sinds 1998 stelt John Brockman, oprichter van The Edge Foundation, jaarlijks één vraag aan een selectie van de interessantste wetenschappers en kunstenaars ter wereld.

Dit jaar kregen Richard Dawkins (The God Delusion), Steven Pinker (The Blank Slate), Frank Wilczek (Nobelprijs voor natuurkunde 2004) en 148 andere invloedrijke denkers de vraag voorgelegd: ‘Hoe verandert internet je manier van denken?’.

Hun antwoorden variëren van een tot enkele pagina’s, die zijn gebundeld in dit belangwekkende boek. Het geeft op zich al weer te denken dat een bundel formuleringen op dit niveau zich zo prettig laat lezen op boekformaat, maar dat is een opmerking die tevens her en der in het boek zelf opduikt.

De kern

Het is onmogelijk de voors en tegens en alle nuances daartussen samen te vatten als 151 knappe koppen hun visie geven, maar er zijn zeker parallellen te trekken.

Zo is daar het voordeel van de verdieping nu zoveel mensen vrijelijk over de schatkamer aan informatie kunnen beschikken; anderzijds de troep die elke gebruiker op internet kan plaatsen wat dus weer geenszins tot verdieping leidt; de zoekopdracht die naast de gevraagde info nog een onoverzichtelijke wirwar aan antwoorden kan geven.

Is dat goed of slecht voor onze hersenen? Neurologen zijn daar nog niet uit, anders dan vast te stellen dat hersenen zich steeds aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Volgens IT-deskundige Nicholas Carr gaan we misschien wel beter om met visuele informatie, maar treedt op andere punten versimpeling op (algemene kennis, geheugen) en nemen we amper meer de tijd om ergens diep over na te denken.

Dat leidt weer tot interessante vraagstukken als: dachten mensen voorheen wel zo diep na dan? Nou nee, maar dankzij internet krijgen we wel veel meer info tot ons die dieper nadenken vereist om helder over te kunnen oordelen.

Kern

Het is deze laatste opmerking die de kern raakt van de vraag waarom dit boek zo belangrijk is. Hier zijn immers denkers aan het woord, en die hoeden zich ervoor om met stelligheden of voorschriften te smijten.

Wat zij overwegend communiceren, is hoe zij persoonlijk (zowel zakelijk als privé) internet gebruiken om hun kennis te verdiepen en of en in hoeverre zij erin slagen hun denken zuiver te houden. En zo verschaft dit boek aan de lezer die zich met dit soort kwesties bezighoudt, een keur aan handreikingen en ‘tips’ om te voorkomen dat zij hun kennis of hersens vervuilen.

151 knappe koppen

Want zoveel gebruikers, zoveel manieren. Contribuanten als de jonge MIT-er die met internet is opgegroeid, kan er een andere mening op nahouden dan de oudere professor die in stille bibliotheken zijn kennis heeft vergaard.

Degene die daartussen zit beargumenteert hoe hij/zij wijzer wordt van het nieuwe medium door te relativeren, te toetsen en/of aan te vullen.

Het is maar net welke methode de ene lezer zal aanspreken en de ander niet, maar kennis kunnen nemen van al die gevarieerde en helder geformuleerde visies op internet en diens invloed op ons denken, is al een weelde op zich.