Zwartkomische Zweedse roman laat zich lezen als een roadtrip met Forrest Gump achter het stuur.

Op de dag dat Allan 100 jaar wordt, is het feest in het bejaardentehuis en de wethouder komt ook taart eten. De jarige zelf heeft er geen zin in: dat kreng van een hoofdzuster Alice zal de brandewijn wel weer hebben verstopt.

Hij klimt uit het raam en wandelt naar de dichtstbijzijnde bushalte waar hij op zijn eerste avontuur stuit: hij krijgt een koffer in handen met 50 miljoenen kronen aan maffiageld.

Het gemak waarmee hij dat fortuin in handen krijgt, is beeldend voor het gemak waarmee hij gedurende zijn hele leven in tal van 20ste-eeuwse omwentelingen een hoofdrol toebedeeld kreeg.

Drie verhaallijnen

De roman verloopt keurig synchroon langs drie lijnen. Eerst is daar Allan in het heden, die als een magneet bepaalde figuren aantrekt met wie hij een roadtrip door Zweden gaat maken.

Dat leidt tot koddige resultaten als een grote bus waarin Allan zich bevindt, naast van een roodharige ouwe taart die de Schoonheid wordt genoemd, boefjes op leeftijd en olifant Sonja (jazeker, een echte olifant) in de vrachtruimte.

In hun kielzog bevindt zich de knarsetandende rechercheur die geen chocola kan maken van de fratsen van deze bende ‘voortvluchtigen’. Hun daden zijn dermate willekeurig en onbedoeld onwettig, dat zijn op criminologie geschoeide leest met geen mogelijkheid kan voorspellen wat hun volgende zet wordt.

De derde plotlijn is het levensverhaal van Allan dat wordt opgedeeld in tijdvakjes. Tijdvakjes die gelieerd zijn aan Allans vak als springstof-expert en grote 20ste-eeuwse gebeurtenissen: de ontwikkeling van de atoombom, de Spaanse burgeroorlog, de Chinese revolutie, roerige tijden in Iran, het epoque Stalin, enzovoorts.

Forrest en Chance

Allicht dat zo’n Allan, die zich zit te bezatten met types als Truman, Franco en Beria, de associatie oproept met Forrest Gump van Winston Groom en Jerzy Kosinski’s Chance uit Being There. Personages die in hun argeloosheid onbedoeld geschiedenis schrijven terwijl de machthebbers zo graag geschiedenis willen schrijven.

Dubieus is deze roman niet, zwartkomisch is het allemaal wel. Jonasson verstaat bovendien de kunst om het anekdotisch buitengewoon creatief op te lepelen, ook bij het introduceren van Allans clique. Met hilarische hoogtepunten zoals een student die dertig jaar lang allerlei studies net niet afrondt, weet hij de lachers op zijn hand te houden.

En ook door Allans stevige trek naar een borrel op zijn tijd, die uiteindelijk net zo belangrijk blijkt te zijn om de loop van de historie te bepalen – alsof de schrijver ons met een satirische knipoog wil vertellen dat het boek der mensheid ook maar van toevalligheden aan elkaar hangt.