Verzamelen en exclusiviteit vormen de basis van het boek 'Het ideale boek, honderd jaar private press in Nederland 1910-2010'.

Bestaat het ideale boek wel? Dat lijkt eerder een filosofische vraag dan een technische.
Het ideale boek zit in het hoofd van de lezer nadat hij het gelezen heeft.

In deze uitgave wordt naar de technische en vormgevingsaspecten van een bijzondere niche van de boekenmarkt gekeken. En dat in een tijdperk waarin het elektronische boek oprukt, al weten de uitgevers nog niet echt hoe ze er geld mee moeten verdienen.

Te verwachten is dat de reader straks bij aankoop van een milieuvriendelijke droogtrommel wordt weggegeven. Ook jonge auteurs staan nog onwennig tegenover het platte doosje dat het formaat heeft van een gangbare paperback. Waar blijft de eerste E-boekschrijver die geheel op een elektronisch platform schijft?

Van koets naar auto

Dat vooralsnog uitblijven van het laatste is overigens vanuit de theorie van de innovatie volstrekt verklaarbaar, want de eerste auto zag eruit als een koets; de vroege televisie werd geleverd met een heus toneelgordijntje ervoor.

Eerst imiteren en dan innoveren lijkt op vrijwel alle terreinen op te gaan. Wij kunnen nu zelf volgen hoe zo’n technische (re)volutie zich voltrekt.

Eén van de kenmerken van de media(r)evolutie is dat er nooit media verdwijnen maar er steeds meer vormen komen om verhalen te distribueren.

Format

De hedendaagse auteur en uitgever kiezen nu nog steeds voor het sinds de 15de eeuw bekende format van een stapel papier met iets eromheen en een plaatje erop. Dat format heeft nu een graad van bijna perfectie bereikt.

Van de superieure pockets uit de jaren dertig van de uit vorige eeuw van uitgeverij Penguin, via exclusieve uitgaves in het Privé Domein van de Arbeiderspers tot aan de fantastische interactieve boeken van Dorling Kinderley, allemaal variaties op een format.

Een ook allemaal verzamelbare objecten. Er bestaat een levendige handel in zeldzamere delen Privé Domein en Penguins.

Private Press

Verzamelen en exclusiviteit ligt ook aan de basis van het boek ‘Het ideale boek, honderd jaar private press in Nederland 1910-2010’.

Als we ‘private’ serieus nemen, dan zijn de bekende uitgeverijen ‘public’ in de zin dat ze zich richten op het grote publiek en of delen daarvan. De private press bediend in de bijna ouderwetse betekenis van het woord een kleine club van gelijkgestemden.

Het fenomeen duikt voor het eerst op in Engeland in de 17de eeuw. De Roxburghe club, die nog steeds bestaat, had als eerste voorzitter een verre voorvader van Lady Di, de tweede graaf van Spencer, een van de grootste verzamelaars van zijn tijd.

Zilverdistel

In 1910 werd in Nederland de eerste private press opgericht, de Zilverdistel, naar een voorbeeld van de de Kelmscott Press van de beroemde ontwerper, vormgever en schrijver William Morris.

Met de Zilverdistel startte ook in Nederland een sterke beweging op het gebied van typografie en vormgeving van boeken, die Nederland een vooraanstaande positie opleverde op dit gebied.

In de tweede wereldoorlog bleven de private presses actief en verschenen er private uitgaven bij de nu toonaangevende Bezige Bij.

Drukkerijtjes

Na WW2 was er een heuse explosie van drukkers en drukkerijtjes. Garages, zolders, schuren en kelders werden omgetoverd in wat we nu ceatieve werkplaatsen zouden noemen.

In 1975 werd zelfs de Stichting Drukwerk in de marge ‘opgericht om deze ‘kleine’ drukkers bijeen te brengen; die nog ieder in Paradiso in Amsterdam een kleine boekenbeurs houdt die heel wat meer leuke boeken en boekjes laat zien dan de grote broer.

‘Manuscripta’ van het CPNB in de Westergasfabriek in Amsterdam.

Voor verzamelaars

In het fraai uitgevoerde boek van uitgeverij Van Tilt wordt de geschiedenis van de private presses in Nederland verteld in een aantal uitgebreide artikelen.

Door het boek bladeren is als rondlopen als een muis in een kaaspakhuis. Het is voor de liefhebber een schatkamer aan weetjes, feiten en afbeeldingen van boeken die nu al lang in collecties zoals die van de KUB zijn verdwenen.

Voor professionals werkzaam in de uitgeverij is het een bron van inspiratie die er voor zou kunnen zorgen dat de boeken van ‘public’ uitgeverijen minder op elkaar lijken. Voor studenten van de Rietveld en andere academies verplichte kost.

Hoewel lastig controleerbaar lijkt het boek meer dan compleet en noemt het ook zeer exclusieve uitgaves van bijvoorbeeld AMO van Gert Jan Hemming, die aan de wieg stond van Privé Domein. De oplage van dit boek kan niet groot zijn geweest dus snel kopen voordat het straks voor meer geld op een veiling opduikt.