RIJSWIJK - Journalist Henk Hofland (83) ziet zich als een vrolijke zwartkijker. Hij uit in zijn columns graag zijn ergernis over moderne verschijnselen als reclame, taalvervuiling, het vrijemarktdenken en het oprukkende autobezit, maar blijft blijmoedig naar elke nieuwe dag uitzien.

Hij werd bij de eeuwwisseling uitgeroepen tot journalist van de eeuw. Henk Hofland krijgt de P.C. Hooftprijs 2011. Dat heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde dinsdag bekendgemaakt.

Een van Hoflands uitgangspunten is wantrouwen. Een overblijfsel van de oorlog, die hij in Rotterdam doorbracht. ''Ik voel veel voor de gewoonte van dieren om medewezens grondig te besnuffelen voor je met ze in zee gaat'', zei hij in een interview in NRC Handelsblad bij zijn 80e verjaardag.

Journalisten moeten als zoekers naar de waarheid niet alleen gerespecteerd, maar ook gevreesd zijn. Een van zijn boeken heette Tegels Lichten.

Daarin behandelde hij zaken die de Nederlandse autoriteiten in de doofpot hadden proberen te stoppen, zoals de Greet Hofmans-affaire. De journalistieke prijzen die in 2006 werden ingesteld, werden naar zijn boek Tegels genoemd.

Hoofdredacteur

In 1962 werd Hofland adjunct-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad en zes jaar later hoofdredacteur.

In 1972, twee jaar nadat het Algemeen Handelsblad en de NRC waren gefuseerd tot NRC Handelsblad, verliet hij de hoofdredactie van de nieuwe krant. Hofland bleef voor de krant artikelen, essays en reportages schrijven.

Onder de naam S. Montag, een pseudoniem dat hij had ontleend aan de naam van een Engels bankiershuis, schrijft hij overpeinzingen waarin niet de actualiteit, maar het gewone dagelijks leven centraal staan. Verder was hij onder meer betrokken bij televisiedocumentaires.

Meningsuiting

In 1988 waarschuwde Hofland in zijn Coornhertlezing voor de bedreigingen voor de vrijheid van meningsuiting.

Hij riep daartoe op te passen voor gespecialiseerde beroepskrachten als voorlichters, reclamemakers en publicrelationsmanagers die hun eigen belangen hebben en niet altijd de waarheid vertellen. Ook de ''vraatzuchtige'' vrije markt ziet hij als bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting.