Hoe een stofzuiger uit Los Angeles in Palestina terechtkwam, en daar achter slot en grendel bleef staan bij joodse pioniers uit de Oekraïne. Prachtige familiekroniek van een van de meest gevierde Israëlische schrijvers.

Het zat zo. Oma Tonja, de grootmoeder van Shalev, had een poetswoede die zijn weerga niet kende. Haar huis blonk van onder tot boven als een spiegeltje en was streng verboden terrein voor elke bezoeker die ‘haar de boel toch alleen maar vies kwam maken’- daar kom ik zo op terug.

Voor deze generatie joodse immigranten uit Rusland, met hun sterk socialistische inslag, was werken, werken, werken tot je erbij neerviel het adagium.

Zo’n “svieper”, de stofzuiger die Tonja’s schoonbroer vanuit Amerika had gestuurd, was het symbool voor een kapitalistisch luchtkasteel, dat een belediging betekende voor het eerlijke, echte werk op het land zoals zij zichzelf ten doel hadden gesteld.

Geen politiek

Shalevs familiekroniek is niet wars van dit soort absurdistische anekdoten, al begon hun leven in Jizraeel al absurd: ze moesten vluchten voor de onbegrijpelijk wrede pogroms. Maar Het zat zo is geen politiek boek, zoals A Tale of Love and Darkness van Amos Oz die de ontwikkelingen in dit gebied aan de hand van zijn eigen familie optekende.

De pogroms, de immigratiegolf en oplopende spanningen in het Midden-Oosten blijven bij Shalev op de achtergrond (die in het dagelijks leven als journalist zijn politieke commentaar geeft).

In deze roman houdt hij het op zijn eigen familie, met hun kibbelarijen, tradities, joodse feestdagen, geboortes, sterfgevallen, huwelijken.

Een roman over het leven van immigranten die zich krachtig moesten inspannen om elders een nieuw bestaan op te kunnen bouwen. Elke Shalev-telg werd opgedragen de handen in de aarde te steken, te zaaien, te oogsten en te ploegen zodra ze uit de luiers waren.

Taalkundige rijkdom

Oma Tonja, die als een strenge oermoeder de agriculturele waarden predikte, is door Shalev neergezet als een markante vrouw. Haar niet makkelijke maar onverwoestbare karakter bepaalt grotendeels de manier waarop de Shalevs opgroeien en ze is zo invloedrijk als oma Ursula uit Marquez’ 100 Jaar Eenzaamheid.

Met haar rollende Oekraïne-rrrrrrr en geestige uitdrukkingen vormt ze tevens de onuitputtelijke bron voor de taalkundige rijkdom van dit boek.

Dat niemand haar huis in mag is ‘omdat ze haar de muur bekratsen’ of ‘omdat ze haar de vloer bevuilen’ en kleinkinderen moeten naar het kippenhok ‘om haar de eieren te halen’.

Snoer van anekdoten

Het Hebreeuws werd de voertaal van deze pioniers; wat Shalev nog van de jiddisje taal heeft is het talent om verhalen te vertellen.

De ene fraai geschreven anekdote volgt de andere op, van ernstig tot komisch, van absurd tot ontroerend, en de toon blijft licht door zijn vertelstijl om herhaaldelijk ‘daar kom ik zo op terug’ via omzwervingen door de Shalev-stamboom steevast later weer op te pakken met ‘Het zat zo’.

Met die malle stofzuiger als bewijs dat deze schrijver het alledaagse tot buitengewoon lezenswaardige kost weet te verheffen.