Een extra fleeceplaid in de leesfauteuil, hete cacao en de nieuwste van Unni Lindell: laat die sneeuw maar vallen, aangenaam leesplezier verzekerd. Zelfs de humeurige hoofdinspecteur Cato Isaksen, het vaste personage van de succesvolle Noorse schrijfster, slaat er nog geen barstje in.

In Scandinavië is Lindell een gevierd auteur, met haar detectivereeks over Isaksen en zijn gebakkelei met de pientere edoch eigenwijze rechercheur Marian Dahles.

Dahles krijgt in Suikerdood een tragedie van persoonlijke aard te verstouwen die au fond het hele korps raakt: een door haar beminde collega-rechercheur vindt al aan het begin de dood ten gevolge van een ongeluk.

Maar ongelukken bestaan natuurlijk niet in het misdaadgenre. Marian ontdekt dat de rechercheur zich vlak voor zijn verscheiden intensief bezighield met een zestien jaar oude zaak waarbij een baby de dood vond.

Het gezin dat met deze tragedie werd geconfronteerd is weer in the picture. Met name doordat de dochter, die zich om psychische redenen kogeltjerond eet, zich in flarden begint te herinneren wat zich indertijd heeft afgespeeld.

Visserslijnen

Lindell heeft er een handje van om als een geobsedeerde visser tig lijnen uit te zetten, en al die lijnen een flinke tijd autonoom door te laten lopen. Hetzelfde geldt de personages, die elk hun eigen reden hebben om zoveel mogelijk voor elkaar geheim te houden.

Uit verdriet, uit koppigheid, uit eigenwijsheid, uit angst, uit onverschilligheid: Lindell voorziet ze allen van goed uitgewerkte beweegredenen omdingen voor elkaar te verzwijgen en suspense te smeden.Het is een technische schrijftruc, maar Lindell komt er grotendeels mee weg.

Af en toe is het verhaal iets te doorwrocht warrig en leunt de narratieve structuur wel erg op dat toewerken naar die finale (waar uiteraard alle lijnen samenvallen), maar met Dahles en grumpy Isaksen heeft Lindell afdoende sterke troeven in handen om de nieuwsgierigheid te blijven prikkelen.