Freelance journaliste Femke van Zeijl (1971) dook de afgelopen twee jaar in het Afrikaanse stadsleven en woonde in zes verschillende steden over het hele continent, met deze ‘stadssafari’ als opzienbarend resultaat.

Het aantal stedelingen in Sub-Sahara Afrika, waarvan tweederde jonger is dan 24 jaar, zal in minder dan een generatie verdubbelen.

Met dit gegeven in het achterhoofd sprak Femke met schatrijke zakenvrouwen, ondernemers, huisvaders, straatjongens en muzikanten over de gevolgen van de verstedelijking voor de Afrikaanse maatschappij.

In elke stad concentreerde Femke zich op een ander aspect van het bestaan. In Luanda onderzoekt ze hoe de Afrikaanse stedeling zich financieel redt en verbaast ze zich over de extreme rijkdom van de elite van Angola, een land dat sinds zes jaar vrede kent en sindsdien een van de hoogste economische groeicijfers ter wereld.

Tijdens haar verblijf bij vrienden in Bukavu, Oost-Congo, bekeek ze wat een toevloed van oorlogsvluchtelingen en langdurig geweld met een stedelijke samenleving doet.

Gebruiken

In Nigeria huurt ze een kamer op de campus van de University of Ibadan om te ontdekken wat urbanisering doet met traditionele gebruiken en familiewaarden. Aan Oegandese jongeren in Jinja vroeg Femke hoe hun stadse liefdesleven eruitziet.

In de Mozambikaanse hoofdstad Maputo verdiept ze zich in de clandestiene wereld van helers, drugsdealers, kruimeldieven en ontmoet ze prostituees. En in Bobo-Dioulasso, Burkina’s culturele epicentrum, ervaart ze de rol van kunst in het dagelijks leven.

De indeling in zes hoofdstukken zorgt voor een prettige afwisseling en levert een rijk beeld van het Afrikaanse stadsleven op, maar het heeft als nadeel dat de rode draad vervaagt.

Mobiel en e-mailadres

Wars van exotisme en waakzaam voor generalisaties over romantisch Afrika zet Femke een genuanceerd beeld neer.

Ze beschrijft hoe de Afrikaanse stedeling, veelal een jongere, niet zelden met een mobiel op zak, een usb-stick om de nek en een e-mailadres, in bepaalde opzichten dichter bij de gemiddelde inwoner van Rotterdam, Londen of New York staat dan bij zijn landgenoot op het platteland.

Femke laat zien dat stedelijk Afrika geen ver, exotisch oord is, maar in economisch, cultureel en maatschappelijk opzicht onlosmakelijk verbonden met de rest van de wereld.

Slow journalism

Als freelancer kampte Femke met een beperkt budget, maar juist door zich volledig te onttrekken aan het luxe expatwereldje met dure hotels, westerse restaurants en een auto met chauffeur wist ze door te dringen tot het alledaagse bestaan.

Gelukkig, want het zijn juist de kleine dagelijkse gewoontes, toevallige ontmoetingen en terloopse opmerkingen van de Afrikanen die ze volgt, die Gin-tonic & cholera tot een gedegen en toegankelijk werk van slow journalism maken.

Menselijke proporties

Naast haar deelname aan het dagelijks stadsleven, waarbij ze beruchte zwarte markten en gevaarlijke wijken niet schuwt, stelt ze vragen.

Door haar langere aanwezigheid wint ze het vertrouwen van de stedelingen met wie ze optrekt en leert ze meer over hun dromen, angsten en levensverhalen.

In het voorwoord schrijft Femke dat ze koos voor de verhalen van mensen die voor iets groters stonden dan zijzelf om zodoende de enorme ontwikkeling die verstedelijking is, terug te brengen tot menselijke proporties.

Gezicht

Een fotokatern was een mooie aanvulling geweest om de stedelingen een gezicht te geven. Op de blog City Life in Afrika, die Femke voor de lezers van nrc.next bijhield en dat de basis van dit boek vormt, staan diverse foto’s om de blogteksten te ondersteunen.

Een groot gemis is het echter niet, want Femke hanteert een rijke schrijfstijl waarmee ze de stedelingen beeldend portretteert.

Ook heeft ze op de juiste momenten lachwekkende situaties verwerkt, waardoor het af en toe net een fijn reisboek lijkt. Gin-tonic & cholera, een mooie en leerzame stadssafari door Afrika.