Verzamelbundel korte verhalen van scenarist en romanschrijver David Benioff, die in 2009 met Stad der dieven op nummer vier stond van ons Beste Boeken-jaarlijstje.

Na twee romans, Stad der dieven en 25th hour (verfilmd door Spike Lee), levert Benioff nu een verhalenbundel af.

Dat is: tussen zijn werken als filmscenarist door, waaronder de scenario’s voor The Kite Runner, Troy, Wolverine en Brothers. Zuur voor auteurs die jaren over één boek doen, en dan zijn de verhalen uit Benioffs bundel ook nog eens stuk voor stuk juwelen.

Of Benioff over loslopende leeuwen in Manhattan schrijft of over een paranoïde man in een bunker, over jonge bleue ventjes met hun illusoire grote liefde, Russische soldaten in Tsjetsjenië of een nicht als proefkonijn van de farmaceutische industrie: elke short story in deze bundel is een autonoom en compleet verhaal met de zeggingskracht van een volledige roman.

Ontgoocheling

Het bindende thema in deze bundel is de illusie: de personages leven erin, ernaar of zoeken naar middelen om zich te herstellen als de zeepbel uiteen is gespat. Wat volgt is ontgoocheling of juist opluchting.

De een krijgt na de tabula rasa de wind in de zeilen, de ander kan slechts met verbijstering naast de diggelen ineenzijgen, of zich niet anders dan herpakken met een defaitisme waarbij aan de einder zich al de contouren van een nieuwe zeepbel aftekenen.

Piep...

Een nadeel van de moeiteloze verbeeldingskracht van de auteur, of liever gezegd een bijkomstigheid, is dat deze negen verhalen elk naar meer smaken. In Stad der dieven kon je als lezer de lotgevallen van de Rus en de jood tijdens de belegering van Stalingrad een hele dikke roman lang volgen.

Benioffs prachtige personages in deze bundel zijn als korte ontmoetingen met fascinerende mensen van wie je te snel afscheid moet nemen, al blijft hun aanwezigheid nagalmen. Niet iets om over te piepen, maar toch… Piep.