AMSTERDAM - Prins Bernhard was omstreeks 1950 betrokken bij de wapenhandel in Indonesië. Dat beweert althans historicus Gerard Aalders van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in zijn boek Bernhard Zakenprins, dat donderdag verschijnt.

Aalders heeft geen bewijzen gevonden dat Bernhard zelf een handelaar was die actief wapens kocht en verkocht.

De onderzoeker zegt uit indirecte bewijzen wel te kunnen afleiden dat de prins zich met de wapenhandel in Indonesië bemoeide, met het doel de nieuwe regering daar ten val te brengen.

''Een aantal wapenhandelaren kende Bernhard persoonlijk en de beruchte Afghaanse handelaar Ali Shah is bij de prins op Soestdijk geweest om te praten over zaken.''

Achter gesloten deuren

Aalders zegt dat zijn conclusie ''voor 98 procent rond is.'' Veel belangrijke archiefstukken liggen volgens hem nog achter gesloten deuren. De historicus heeft talloze archieven in binnen- en buitenland geraadpleegd, onder meer een onderzoek van de marechaussee naar wapenhandel in Indonesië.

Historicus Cees Fasseur zag dit onderzoek eerder in voor zijn boek Juliana en Bernhard, maar volgens Aalders heeft hij het materiaal teveel links laten liggen.

Getuigenissen

Alle getuigenissen en verklaringen die de marechaussee, de Rijksrecherche en binnen- en buitenlandse veiligheidsdiensten in de wapenaffaire hebben verzameld, wijzen volgens Aalders op Bernhards betrokkenheid. Veel contacten met de wapenhandelaren zouden verlopen via medicus-verzetsstrijder Jan Willem Duyff, een vertrouweling van Bernhard.

Volgens de auteur waren enkele zakelijke relaties van Bernhard zo louche, dat koningin Juliana en het toenmalige kabinet-Drees zich zorgen maakten over eventueel schadelijke gevolgen voor Nederland en de reputatie van het koningshuis.

''Buitenlandse inlichtingendiensten waren op de hoogte van Bernards discutabele activiteiten. Dat bracht het gevaar met zich mee dat vreemde mogendheden Den Haag onder politieke druk konden zetten of zelfs manipuleren.''