In zijn indrukwekkende serie studies over het Imperium Romanum is Carthago de kroniek van de drie Punische Oorlogen die tot de ondergang van de gelijknamige stad leidden.

Tussen 246 en 146 v. C. streden Rome en Carthago om de macht gedurende drie – of eigenlijk twee – oorlogen: de Bella Punica.

Eigenlijk twee omdat de derde oorlog als een pre-emptive strike was op deze machtige luis in de pels van de Romeinen voordat de Carthagers het de Romeinen voor een derde keer moeilijk konden maken.

De totale vernietiging was de verwezenlijking van het door de Romeinse staatsman Cato beroemd geworden mantra waarmee hij elke redevoering afsloot: “Ceterum censeo, Carthaginem esse delendam” (Overigens blijf ik van mening dat Carthago verwoest moet worden).

Scipio

Aldus geschiedde. Carthago (gelegen in het huidige Tunesië) werd na een belegering van drie jaar in 146 v. C. met de grond gelijk gemaakt door Scipio minor, familie van Scipio major die de briljante Carthaagse generaal Hannibal in de 2de oorlog versloeg.

Met die vernietiging zijn ook de mogelijke geschriften van de Carthagers verloren gegaan waarin die hun zijde van de Bella Punica hadden kunnen belichten. Goldsworthy kondigt in het voorwoord aan dat zijn uitvoerige bronnen voornamelijk tot Romeinse beperkt zijn. Hij put met name uit de geschriften van Romeinen als Polybius en Livius.

Ter land en ter zee

De oorlogen waren geen plotseling mythisch treffen van twee grote legermachten – ze duurden jaren en kenden een lange aanloop. De eerste was een maritieme oorlog en duurde van 264 – 241, de tweede (218 – 201) speelde zich op het vasteland af, waarbij de fameuze Hannibal met zijn olifanten over de Alpen trok om Rome in het hart te treffen.

Gedurende die lange tocht leverde zijn troepen eveneens volop strijd en/of gingen allianties aan met lokale stamlegers.

Godsworthy tracht de nog bestaande hiaten waar mogelijk in te vullen met bronnen die voor handen zijn, en geeft aan wat zijn eigen theorieën en gevolgtrekkingen zijn over het verloop van de vele grote en kleinere veldtochten.

De auteur hoedt zich om het militaire genie van Hannibal en Scipio Africanus niet met elkaar te vergelijken, al zijn zulke vergelijkingen koren op de molen van militaire historici.

Onopgesmukt

Goldsworthy’s Carthago is een gedegen studie van de Punische Oorlogen, zeer leesbaar en onopgesmukt of gedramatiseerd. Daardoor komt de achterflaptekst wel ietsje melig over (“een machtig verhaal met onverzettelijke krijgsheren en beeldschone prinsessen”).

Machtig en fascinerend is Goldsworthy’s boek zeker. Het Hollywoodglansje dat flonkert met zulke omschrijvingen is in Goldsworthy’s Carthago echter ver te zoeken.

Hij laat ons in de voetsporen volgen van Hannibal, Hasdrubal, Scipio senior en junior, zonder de geschiedschrijving op te leuken met personages als rondborstige Angelina Jolies of breedgeschouderde Brad Pitts die elkaar smeulende blikken toewerpen over een strijdtoneel vol gewapende sixpacks.