AMSTERDAM – Dat er in Irak nooit massavernietigingswapens zijn aangetroffen maakt hem nog steeds misselijk. Toch staat voormalig Amerikaans president George W. Bush onverminderd achter zijn besluit om in 2003 een oorlog tegen het land te beginnen.

Dat schrijft Bush in zijn memoires, die dinsdag wereldwijd verschijnen onder de titel Cruciale Beslissingen (Decision Points). "Niemand was geschokter of kwader dan ik toen we de wapens niet vonden", schrijft de Republikeinse oud-president. "Het was een grote klap voor mijn geloofwaardigheid."

Op 20 maart 2003 startten de Verenigde Staten onder leiding van de 43ste president George W. Bush met bombardementen op Bagdad de oorlog in Irak. De leider van het land, Saddam Hussein, beschikte volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten over massavernietigingswapens en zou bereid zijn die te leveren aan terreurnetwerk Al-Qaida.

Na lang diplomatiek getouwtrek schaarden diverse landen, waaronder Nederland, zich achter Amerika. Maar er was ook veel weerstand. Zo waren Duitsland en Frankrijk niet bereid de strijd tegen Irak te steunen en de Verenigde Naties noemden de oorlog ‘onwettig’.

Misser

Achteraf blijken de inlichtingendiensten fouten te hebben gemaakt en tot op de dag van vandaag zijn er in Irak geen massavernietigingwapens gevonden. Bush zegt ondanks deze "misser" nog altijd tevreden te zijn met zijn besluit om de oorlog te beginnen. "Het veranderde allemaal niets aan het feit dat Saddam een bedreiging vormde", zegt hij.

Volgens de oud-president is het voor de Iraakse bevoking en de veiligheid in de wereld goed geweest dat Saddam van zijn troon is gestoten.

Bush herhaalde deze boodschap maandagavond (lokale tijd) nog eens in een interview met de Amerikaanse zender NBC. Hij weigerde excuses te maken.

Bush beschrijft in zijn boek zijn presidentschap aan de hand van veertien cruciale beslissingen. Naast Irak, komen onder meer 9/11, Afghanistan, orkaan Katrina en de kredietcrisis aan bod. Het afzweren van de alcohol in zijn jonge jaren ziet Bush als de cruciale beslissing die alle andere mogelijk maakte.

Abu-Ghraib

Bush maakte naar eigen zeggen een tweede misselijkmakend moment mee toen in 2004 naar buiten kwam dat Amerikaanse militairen Iraakse gevangenen in Abu-Ghraib-gevangenis bijzonder slecht behandelden. Bush noemt de gebeurtenissen "een dieptepunt in mijn presidentschap."

Als hoogtepunt van zijn ambtsperiode noemt Bush zijn strijd tegen het terrorisme nadat op 11 september 2001 aanslagen werden gepleegd op het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington. Tot deze ‘war against terror’ hoort naast ‘Irak’ ook de oorlog tegen de Taliban in Afghanistan.

"Van het begin af aan wist ik dat de publieke reactie op mijn besluiten gekleurd zou zijn door een eventuele volgende aanslag", zo luidt Bush’ reactie op de vele critici die zijn maatregelen veel te ver vonden gaan. "Maar een feit staat buiten kijf: na de nachtmerrie van 9/11 is er geen geslaagde terroristische aanslag meer gepleegd op Amerikaanse bodem."

Katrina

Bush beschrijft in zijn boek de aanloop naar de diverse beslissingen die hij als president heeft moeten nemen minutieus. Van erg veel zelfkritiek is daarbij geen sprake. Alleen over het optreden van de overheid nadat in 2005 orkaan Katrina een groot deel van de stad New Orleans verwoestte en aan honderden mensen het leven kostte, is hij hard.

Bush schrijft dat hij eerder opdracht had moeten geven tot de evacuatie van inwoners, hij zijn medeleven aan de slachtoffers beter had moeten uiten en dat zijn grootste fout was dat hij te lang heeft gewacht met het inzetten van militairen in het gebied.

"De schaduw van 2005 bleef de rest van mijn ambtstermijn boven me hangen." George W. Bush was van 2001 tot 2009 president van de Verenigde Staten.

George W. Bush