AMSTERDAM – "Nu hoef ik alleen nog maar dood te gaan en dan kan het feest beginnen." Zo besloot Harry Mulisch, de schrijver die ooit opmerkte dat zijn sterfelijkheid "eerst maar eens bewezen moet worden", een gesprek over zijn eigen uitvaart. Dat 'feest' vond zaterdag plaats in de Stadsschouwburg van Mulisch' geliefde Amsterdam.

Tijdens de emotionele herdenkingsdienst hebben ongeveer vierhonderd familieleden, vrienden, bekenden en collega's Harry Mulisch herdacht. De schrijver lag in een gesloten kist op het podium, omringd door bloemstukken, kransen en zijn onderscheidingen.

“Morgen ga ik naar huis”, zo luidde de laatste boodschap die uitgever Robbert Ammerlaan van de Bezige Bij kreeg van de schrijver die veertig jaar aan zijn uitgeverij was verbonden.

Deze opmerking was, zo klinkt door in alle toespraken die zaterdagochtend in de Stadsschouwburg werden gehouden, tekenend voor de manier waarop Harry Mulisch zijn laatste levensmaanden heeft doorgebracht. Berustend.

“Nu hoef ik alleen nog maar dood te gaan, dan kan het feest beginnen”, had hij gezegd tegen hoogleraar Nederlandse Letterkunde Marita Mathijsen nadat zij met Mulisch en zijn familie had besproken wat er na de dood van de schrijver zou moeten worden geregeld.

Oeuvre

Volgens Mathijsen zat Mulisch er niet mee dat er onvoltooide verhalen in zijn werkkamer zouden achterblijven. Er hoefde niets meer aan zijn oeuvre te worden toegevoegd, liet hij haar weten. Mulisch overleed op zaterdagavond 30 oktober aan de gevolgen van kanker.

De schrijver laat een enorm oeuvre na met veelvuldig bekroonde en vertaalde werken als De Aanslag, Archibald Strohalm, Voer voor psychologen en Siegfried. Het in 1992 uitgekomen De ontdekking van de hemel wordt alom gezien als zijn belangrijkste werk en werd in 2007 verkozen tot ‘beste Nederlandse boek ooit’.

Naast romans schreef Mulisch diverse gedichten, toneelstukken en essays. Zijn werken werden met bijna alle literaire prijzen bekroond. Samen met Willem Frederik Hermans en Gerard Reve behoorde hij tot de Grote Drie. Mulisch is 83 jaar oud geworden.

Uitgever Ammerlaan refereerde in zijn toespraak aan Mulisch’ jeugd, hoe die onlosmakelijk met de oorlog bleef verbonden en hoe dat hem maakte tot de schrijver die hij werd. “Wat Harry Mulisch voor jongen was, heeft hem gemaakt tot een van de meest gelezen en meest bekroonde Nederlandse schrijvers”, aldus Ammerlaan. “Hij hoorde tot het hart van onze uitgeverij.”

Amsterdammer

Ook burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan behoorde tot een van de sprekers. Volgens de burgemeester is de stad “trots op zijn muze-zoon die zo beroemd is geworden” en zich naar eigen zeggen vooral Amsterdammer voelde. “Geen Nederlander”, zei Mulisch ooit, “want dat is ook Spijkenisse en Emmeloord.”

Volgens goede vriend Marcel van Dam is Mulisch niet iemand die na zijn dood een standbeeld hoeft te krijgen. “Harry is als standbeeld geboren en beloonde de samenleving met zijn bijdrage.”

Onsterfelijk

Terugkerende boodschap van alle sprekers en in de wandelgangen van de Stadsschouwburg: de mens Harry Mulisch is overleden, maar zijn werk neem niemand ons af, dat is onsterfelijk. Dus toch. In de woorden van hoogleraar Mathijsen: “De man met ogen van lichtgevend blauw is niet meer, maar de schrijver Mulisch is springlevend.”

Als laatste sprekers komen dochters Frieda en Anna aan het woord. De eerste haalt, soms hevig geëmotioneerd, herinneringen op aan de tijd met haar vader en vertelt zich nooit eerder te hebben gerealiseerd hoe beroemd hij eigenlijk is.

Paarden

De afscheidsdienst in de Stadsschouwburg eindigt met beelden van de kudde paarden uit het Friese Marrum, die in 2006, na dagen gevangen te zijn geweest door hoog water, door een groepje jonge amazones werden gered. De beelden van de reddingsactie maakten grote indruk op de schrijver, bij wie een foto van de gebeurtenis boven zijn bed hing.

“Die paarden”, vertrouwde Harry Mulisch zijn vriendin Kitty ooit toe", dat is mooier dan Shakespeare.”

Begrafenis Mulisch