AMSTERDAM - Nederland had ten tijde van de aanslagen van 11 september 2001 in Amerika en de moord op Theo van Gogh in 2004 nauwelijks kennis van de islam.

Dat schrijft PvdA-Tweede Kamerlid en oud-voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart Ahmed Marcouch in zijn boek Mijn Hollandse droom. Dat verschijnt maandag.

''Toen we als Nederlandse samenleving geconfronteerd werden met terreuraanslagen op het Westen vanuit de moslimwereld, merkte ik dat men in Nederland werkelijk geen idee had van de stromingen die er binnen die wereld bestaan'', schrijft Marcouch.

''De 'experts' die bij allerlei journalisten aan tafel schoven hadden echt geen idee waarover ze het hadden. Het rapport van de AIVD 'Rekrutering in Nederland voor de jihad' 2002, was een werkstuk op het niveau van een leerling uit het voortgezet onderwijs.''

Radicale islam

Marcouch was tussen 2006 en 2010 voorzitter van Amsterdam-Slotervaart. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, komt daar vandaan. Volgens de politicus was de radicale islam er ''een populaire jeugdcultuur’’.

Zelf had hij een keer een (verbale) confrontatie met de vrouw van de extremistische moslim Samir A..

In het boek beschrijft Marcouch zijn eigen leven. Hij werd geboren in Marokko en had geen dag op school gezeten toen hij op 10-jarige leeftijd naar Nederland kwam. Toch wist hij zich op te werken tot politieagent en later politicus.

Zeer kritisch

Verder geeft hij zijn visie op zaken als de integratie van Marokkaanse Nederlanders. Hij is regelmatig zeer kritisch over deze bevolkingsgroep. Zo beschrijft hij dat hij in Marokko vaak jongens ziet die dolgraag naar Europa willen.

''Daarom ergert het me mateloos dat hun generatiegenoten die wel het geluk hebben in Nederland te wonen, hier alle geboden kansen aan hun neus voorbij laten gaan, dat ze rondhangen op straat terwijl ze de mogelijkheid hebben naar school te gaan, een vak te leren, geld te verdienen en iets van hun leven te maken.’’

Accepteren

En: ''De Nederlandse samenleving moet een aantal zaken vanuit de Marokkaanse cultuur niet accepteren, en dat moet duidelijk zijn voor de Marokkaan. Want met de instroom van de Marokkaanse immigranten is er ook veel onbeschaafdheid geïmporteerd.

Onbeschaafdheid die schuilt in opvattingen over de vrouw, over de homo, over andersgelovende burgers.’’