AMSTERDAM - Harry Mulisch geldt onbetwist als een van de grootste naoorlogse schrijvers in Nederland naast de inmiddels overleden Gerard Reve, Willem Frederik Hermans. Mulisch overleefde deze collega's, met wie hij de Grote Drie vormde.

Hij was ook een van de weinigen die zijn eigen necrologie al kon lezen op teletekst toen de NOS in september 2009 per abuis meldde dat de schrijver was overleden.

Mulisch was bij lezers geliefd en gehaat. Fans vonden hem geniaal, maar anderen vonden hem een ijdeltuit, die nietszeggende wijsheden verkondigde en in de jaren zestig het communistisch Cuba verheerlijkte.

Typerend voor Mulisch is volgens velen de beroemde anekdote dat de schrijver ooit in Café Americain in Amsterdam liet omroepen: ''Telefoon voor de heer Mulisch.'' Voor velen het toppunt van ijdelheid en gewichtigdoenerij.

Mulisch genoot al in de jaren vijftig bekendheid, maar zijn grote doorbraak kwam met de roman De Aanslag (1982). Dit boek over de jarenlange gevolgen van een aanslag door het verzet in de Tweede Wereldoorlog werd in zeker 25 talen vertaald. De verfilming door Fons Rademakers leverde een Oscar op.

Haarlem

Mulisch werd in Haarlem geboren, waar ook het eerste deel van De Aanslag zich afspeelt. In de bezettingsjaren collaboreerde zijn van oorsprong Oostenrijks-Hongaarse vader met de Duitsers, terwijl de familie van zijn moeder, een joodse bankiersdochter, gedeporteerd werd.

De oorlog is in veel van zijn romans aanwezig. Daarnaast schiep Mulisch ook een geheel eigen wereld, waarin zijn magisch-mythische levensfilosofie centraal staat en de schrijver af en toe zelfs op de stoel van het opperwezen gaat zitten.

In Mulisch' eigen woorden: ''Het oeuvre van een schijver is één groot organisme, waarin elk onderdeel met alle andere verbonden is door ontelbare draden, zenuwen, spieren, strengen en kanalen.''

Boeken

Mulisch schreef in een halve eeuw een groot aantal boeken, waaronder zijn eerste roman, Archibald Strohalm in 1952. In 1959 verscheen Het Stenen Bruidsbed, dat zich in het tijdens de oorlog vernielde Dresden afspeelt. In Het Woord bij de daad (1968) getuigde Mulisch van zijn geloof in de Cubaanse revolutie.

In De Toekomst van gisteren (1972) nam hij echter afstand van zijn enthousiasme voor Cuba, maar critici, onder wie Gerard Reve, verweten hem dat hij nooit zijn spijt heeft betuigd over zijn steun aan de communistische dictatuur.

De ontdekking van de hemel

In 1992 verscheen De ontdekking van de hemel, waarin Mulisch zijn leven en werk samenvatte. In 2007 kozen lezers deze meermalen bekroonde roman tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden.

Dit boek werd in 2001 met groot succes verfilmd. De eveneens verfilmde roman Twee Vrouwen (1975) stond in 2008 weer in de belangstelling toen het centraal stond in de actie Nederland leest.

De auteur kreeg belangrijke prijzen, waaronder de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooftprijs en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren. In 2006 ontstond er enige commotie in de media na geruchten dat Mulisch ooit lid zou zijn geweest van de NSB-organisatie Jeugdstorm.

De schrijver ontkende dit met de opmerking: ''Totale quatsch!'' en ''Als het waar was, had ik er wel een prachtige roman over geschreven.''

Harry Mulisch overleden