Catherine O’Flynn – Wat overblijft is liefde

In haar tweede roman schetst O’Flynn een satirisch maar hartverwarmend beeld van de moderne maatschappij.

Frank Allcroft is een 43-jarige televisiepresentator van het regionale ‘Heart of England Reports’, die zich midden in een midlifecrisis bevindt. Hij is gelukkig getrouwd met Andrea en de trotse vader van hun nieuwsgierige dochter Mo.

Zijn carrière bij het lokale tv-station, waarin komkommernieuws de boventoon voert, staat echter ver van de journalistieke droom die hij ooit koesterde. Hij zit opgescheept met een tekstschrijver die de ene na de andere afgezaagde grap voor hem verzint en zijn imago van vrolijke verslaggever wordt een steeds zwaardere last.

Oranje en paarse dagen

Daarnaast zijn er slepende zaken: zijn huis dat al jaren te koop staat, en het gevoel dat hij nooit de zoon is geworden die zijn moeder had gewild. Zijn jeugd werd gekleurd door haar manisch-depressieve oranje en paarse dagen, en nog steeds probeert hij haar op te vrolijken. Iedere week rijdt hij trouw naar het bejaardentehuis om zijn humeurige moeder Maureen op te zoeken.

Soms in het gezelschap van zijn dochter Mo, die met kleine uitvindingen het leven van haar oma hoopt te vergemakkelijken. Ontmoetingen van drie generaties die O’Flynn mooi weet weer te geven.

Ideale stad

Verder worstelt Frank met het verdwijnen van de nalatenschap van zijn vader, een beroemde architect wiens markante gebouwen langzamerhand uit Franks stad verdwijnen. Hij wilde een ideale stad bouwen en Frank vraagt zich vertwijfelend af of hijzelf zou voldoen aan de modelburgers die zijn vader hiervoor ontwierp.

Langzamerhand ontdekt Frank dat het een illusie is dat hij zijn vader, die op jonge leeftijd stierf, via zijn werk beter kan leren kennen. ‘Onze afwezigheid is wat er van ons overblijft’, lijkt de boodschap die O’Flynn de lezer wil meegeven.

Eenzame doden

Tot slot probeert Frank de raadselachtige dood van zijn vriend en voorganger Phil te ontrafelen. Ook heeft Frank als ‘vreemde hobby’, zoals zijn vrouw het noemt, om de nabestaanden te vinden van de eenzame doden waarover hij in zijn nieuwsuitzending dikwijls bericht.

‘Voor het overgrote deel gold dat de eenzame doden niet meer opschudding veroorzaakten dan ze tijdens hun eenzame leven hadden gedaan. Frank kon niet accepteren dat mensen zomaar konden verdwijnen, zonder een spoor na te laten. Hij maakte een notitie van hen allemaal, bezocht zelfs hun begrafenis, of legde bloemen voor hun deur.’

Alledaagse leven

O’Flynn heeft een scherp oog voor details en weet met haar rake beschrijvingen het alledaagse tot leven te wekken. Van de geur van een bejaardentehuis en de sfeer tijdens een redactievergadering tot herkenbare gedachten over de vergankelijkheid van het leven.

Dit is tegelijkertijd ook een valkuil: doordat er niets wezenlijks gebeurt, verliest het verhaal vaart en is het bij vlagen zelfs wat saai. Vooral de passages over de architectuur en geschiedenis van Birmingham hadden wel wat peper kunnen gebruiken.

Subtiele humor

Wat overblijft is liefde is geen lichtvoetig boek, maar O’Flynn weet met haar licht ironische stijl precies de juiste balans te vinden tussen ernst en humor. Franks dochter Mo brengt met haar nieuwsgierige vragen, leuke acties en mooie opmerkingen lucht in het verhaal.

Dit geldt eveneens voor de flauwe grappen van Franks persoonlijke grappenmaker – deze zijn zo flauw dat je toch even moet glimlachen. Hoewel Wat overblijft is liefde soms wat slepend is, zet O’Flynn met deze tweede roman wederom een knap staaltje schrijfkunst neer.

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter

NUwerk

Tip de redactie