AMSTERDAM - Journalist Joeri Boom (1971) zat vanaf 2006 regelmatig in Uruzgan om verslag te doen van zijn ervaringen met onze militairen, met de burgers van Afghanistan en vooral met de Nederlandse overheid. Het leverde een gepeperd boek op: 'Als een nacht met duizend sterren'.

NU.nl sprak met Boom over werken in oorlogsgebied. En over Haagse spindokters.

Wat was je persoonlijke drijfveer ? Unembedded in Uruzgan is niet zonder gevaar voor eigen leven.

"Willen weten en willen communiceren. De Nederlandse overheid heeft het besluit genomen militairen naar Uruzgan te sturen, goed.

Maar de overheid vertegenwoordigt het Nederlandse volk en dan moet dat volk ook weten wat hun gezagvoerders namens hun doen, en wat onze militaire troepen doen. Hoe populistisch het ook moge klinken: de burger betaalt dus heeft het recht om te weten wat er gebeurt."

Dat raakt meteen de kern van je boek, want er is in Den Haag behoorlijk gespindokterd in de berichtgeving.

"Tja, beleid en politiek. Er moest vooral gecommuniceerd worden dat onze jongens daar als 'gewapende bouwvakkers' zaten voor wederopbouw, maar zo eenvoudig lag het niet.

Er woedt een oorlog in Uruzgan en zeg driekwart van onze troepenmacht zat daar om te vechten tegen de Taliban: gewapende mannen die buitenlandse militairen willen doodschieten en burgers in grote delen van Afghanistan terroriseren.

Linksom rechtsom: dat maakt het land tot een oorlogsgebied, en door die stammenstructuur ook nog eens tot een heel complex oorlogsgebied"

Principieel weigeren omdat je anti-oorlog bent en omdat het daar te complex is: waren dat valide motieven om 'nee' te zeggen tegen de VS?

"Dat vind ik niet. Bondgenoten zijn belangrijk en het is een kwestie van gezond verstand om je dat te realiseren. Maar dan is het wel zaak om te focussen op de beste strategie van een militaire interventie, en dat niet als politiek machtsmiddel te gebruiken voor partijwinst. En dat is dus wel gebeurd.

Het kabinet wilde de missie Uruzgan presenteren als een beschavingsoffensief dat de Taliban de wind uit de zeilen nam en de burgerbevolking voor zich won. Of de media die boodschap maar wilden doorgeven.

Het heeft mijn werk als oorlogsverslaggever erg beperkt omdat ik in ruil voor 'embedded' journalistiek mijn verslagen eerst moest laten screenen. De rol van Faust in Uruzgan lag me niet, en ik ben uiteindelijk zelf met een fotograaf naar Uruzgan gegaan opdat ik veel vrijer kon rapporteren."

Een zekere controle is toch wel nodig, om geen strategische gevoelige informatie door te geven waardoor burgers van Afghanistan en/of militairen in gevaar komen ?

"Bijvoorbeeld ja. Maar dat zijn vanzelfsprekende voorschriften en geen beperkingen. Ik heb zelf ook beslissingen genomen om over bepaalde zaken niet te schrijven. Over een dubieus incident met een beschadigde koran, om er maar een te noemen.

Uiteindelijk heb ik het niet gedaan omdat ik niet precies wist wat er gebeurd was, niemand wist het, en ik zat daar nu juist omdat ik tot op het naadje wilde uitzoeken wat waarheid is. Helemaal alles te weten komen zul je nooit want daar is de werkelijkheid te complex voor, maar mijn streven is om zoveel mogelijk te achterhalen"

Je boek heeft ook een avontuurlijke ondertoon, kan dat kloppen?

"Zeker. Ik wil laten zien wat er schuilgaat achter mijn reportages. En dan kan het best spannend worden. Ik leg in mijn boek uit hoe ik uiteindelijk besluit niet meer embedded te werken en mijn eigen onafhankelijke lijn kies.

Dat was een heftige beslissing wegens de hoge dreiging, maar tot mijn verbazing bleek het gevaar best hanteerbaar toen ik eenmaal unembedded in Uruzgan was. Mijn embedded reizen waren soms gevaarlijker."

Je doelt op die periode dat je verbleef bij een Nederlands-Afghaanse eenheid in de Choravallei?

"Onder andere. Ik zat daar in gevaarlijk gebied. Twee keer bleken tijdens patrouilles Talibaneenheden van zestig man in de buurt te zijn. De militairen wisten maar net een hinderlaag te ontwijken. Ik belandde zelfs in een situatie waarbij een tolk van het Afghaanse regeringsleger leek voor te stellen geweld toe te passen op een gevangene.

We vermoedden dat de Taliban een hinderlaag hadden klaarliggen, maar we wisten niet waar. Die gevangene wist daar meer van. 'We can make him talk', zei de tolk. Dat leek me heimelijk geen slecht idee. Blijkbaar was ik moreel aan het afglijden - daar heb ik me wel voor geschaamd."

Als jij er niet bij was geweest, zouden de Nederlandse militairen dan de Jack Bauer-lijn hebben gevolgd?

"Toen? Dat denk ik niet. De majoor die de Nederlands-Afghaanse eenheid leidde maakte grove grappen, maar hij hield in de praktijk de mensenrechten nauwlettend in het oog. Ik heb in mijn boek wel een ander voorbeeld aangehaald, over een gewapende inval in een ziekenhuis waarbij ik vraagtekens zette en het tot op de bodem wilde uitzoeken."

Een ander voorbeeld van grondig uitzoeken is de weg naar Chora: een belangrijke stap voorwaarts die toch weer tot nieuwe conflicten leidde.

"De weg naar Chora is een rolmodel voor de complexe situatie in Afghanistan, daarom heb ik die ook uitvoerig beschreven. In het kort: welke stam krijgt de beveiliging/supervisie over zo'n belangrijke verbindingsweg want dat levert geld op.

Et voilá, in een land als Afghanistan dat geen natie kent maar stammen, levert dat weer nieuwe conflicten op. Alsof de Taliban al niet voor genoeg ellende zorgen"

De Taliban komen uit de verf als vijanden die zo ongrijpbaar zijn als vampiers of zombies. Zijn ze wel te verslaan?

"Het is een hiaat in de Nederlandse verslaggeving dat we niet diep in de beleving en de motieven van de Taliban konden duiken. Zelf ben ik er niet in geslaagd contacten met ze op te bouwen. Daarvoor had ik langere aaneengesloten perioden in Afghanistan moeten zijn.

Of ze te verslaan zijn? Het is geen homogene vijand met één gezicht, en de verhouding tussen Afghaanse stammen en de Taliban is ook ambivalent.

Er zijn gezinnen waarvan de ouders hun ene zoon naar de nationale regeringstroepen sturen en hun andere naar de Taliban: zo dekken ze zich in tegen welke overmacht uiteindelijk aan het langste eind zal trekken.

De Afghanen hebben in de loop der eeuwen tegen zoveel buitenstaanders gevochten dat ze de guerrillaoorlog tot in de puntjes beheersen. Steeds meer Afghanen keren zich tegen de NAVO-troepen, ook niet-taliban. Je kunt het militair met geen mogelijkheid winnen in dat land."

Uruzgan werd de splijtzwam van het kabinet. Wat vond jij daarvan?

"Het getuigt van slecht staatsmanschap. Nederland maakte deel uit van een internationale oorlog om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw een vrijhaven zou worden voor al-Qaeda-achtige terroristen. Die oorlog verloopt heel slecht. Dan helpt het niet als je je troepen terugtrekt. Bovendien hoor ik van veel militairen dat ze de klus graag hadden afgemaakt"

Hoe moet het nu verder met de oorlog?

"Niemand had verwacht dat de missie van een leien dakje zou gaan in dat land dat al sinds Djenghis Kahn wordt belegerd.

Na Kahn kwamen de moslims die het boeddhisme onder de voet hebben gelopen, de Britten hebben hen drie maal een oorlog ingetrokken, de Russen hebben er vreselijk huisgehouden en toen kwamen de Taliban.

De Afghanen zijn erg argwanend geworden naar buitenlanders toe, en dat verklaart ook die ambivalente verhouding met de Taliban die beloven buitenlanders te zullen weren en rust in de tent te brengen.

Echter: toen werd het 11 september en kwamen de Amerikanen. Alweer een externe krijgsmacht. Maar wat moet je dan? Lijdzaam wachten totdat de Taliban het weer overnemen, met hun stenigingen, verminkingen en executies?"

Als een nacht met duizend sterren van Joeri Boom ligt vanaf 13 september in de winkels.