Eén van de dertien genomineerden voor de longlist van de Booker Prize 2010. Deze historische roman speelt af zich ten tijde van de opheffing van de slavernij in Jamaica.

Het is 1831. In Engeland zijn tal van sociale hervormingen gaande, zoals een verbod op kinderarbeid en verbetering armenzorg. Ook het abolitionisme wint aan kracht, en voorstanders krijgen na decennia van ijveren eindelijk poot aan de grond.

De geruchten dat er korte metten gemaakt gaat worden met slavernij, bereiken ook de slaven op de Britse kolonie Jamaica, en ontketenen daar een revolutie.

Maar geen revolutie zonder chaos, want bevrijding biedt niet direct vrijheid. Er breekt een onzekere, bloederige periode aan op Jamaica waarin de blanke en zwarte bevolking in groepjes uiteen valt die soms lijnrecht tegenover elkaar komen te staan.

Slavin

Te midden van deze ambivalente periode volgen we de jonge, pientere July als centraal personage. July is geboren als slavin (nadat een blanke suikerrietplantage-opzichter zich kortstondig van haar moeder bediende) en ze is al een tiener als de wereld om haar heen begint te roken.

July was al die tijd het hulpje van de neurotische zus van de plantage-eigenaar, Caroline Mortimer. Nu de vrijheid lonkt, is ze een van de vele slaven die niet direct weten hoe ze aan hun pas verworven vrijheid invulling moeten geven.

Imperialistische vlerk

Als de plantage-eigenaar komt te overlijden, huwt Caroline de Engelsman Robert Godwin, die de beste bedoelingen tentoonspreidt voor de toekomst van Jamaica – zowel voor blanken als voor zwarten.

Naar huidige maatstaven is hij nog altijd een imperialistische vlerk, maar voor die tijd is hij beslist progressief te noemen.

Godwin wordt smoorverliefd op July, en terwijl Caroline in haar salon scones met jam besmeert en haar oren dichtstopt, leven Goodwin en July in het souterrain als man en vrouw, een verbintenis waar een kindje uit voortkomt dat, zo hoopt July, nog blanker zal zijn.

Realisme

Want huidskleur speelt een dominante rol in The long song en Levy schuwt ook de humor niet als ze haar personages laat opsnijden over hun genenpoel. Waarmee niet gezegd is dat Levy een relativerend grappig boek heeft geschreven.

Ze behandelt dit onderwerp met gepaste ernst en ook realistisch (racisme is van alle volkeren), maar de roman is doorspekt met geestige passages.

Zoals slaven soms hun onderdrukkers toch een poets weten te bakken, en de manier waarop goedbedoelende blanken de zwarten toespreken – op dezelfde manier als mensen tegen doofstommen of dwergen menen te moeten praten.

Spotlust en (zelf)kritiek

Lag het vertelperspectief eerst dikwijls bij de jonge July, waardoor de stijl hier en daar neigde naar schematisch en kinderlijk, naarmate die zich ontwikkelt tot volwassene wordt de toon feller, beeldrijker en wint aan zeggingskracht, sprankelend van (zelf)kritiek, spotlust, zelfspot en drama.

Daar krijgt Levy echt het goud in de pen en kan ze zich meten met de literaire vorstinnen van de slavernijliteratuur als Toni Morrison en Maryse Condé.

Levy heeft ook qua structuur de nodige troeven achter de hand. De roman kent flashforwards waarbij de ik-persoon zich direct tot de lezer richt en dan door haar zoon wordt gesouffleerd.

En als de lezer allang is ingepalmd door dit verhaal, komt die zoon van July ook nog aan het woord in een staartstuk dat de intelligente voorbode is voor de nieuwe verhoudingen. Machtig.

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat niet elk volk op deze aardbol met een slavenverleden, zowel actief als passief, verlangt naar zo’n rijke literaire verbeelding van hun historie.

Andrea Levy: The long song
Nederlandse titel: Het lange lied (uitgeverij Mouria)
Vertaling: Otto Biersma

Booker-waardering
Goed verteld, sterk verhaal:                          + + + +  -
Historische en emotionele zeggingskracht:    + + + + +
Onverwacht qua thema, trant of invalshoek:    + + + - -
Uitdagend en onderhoudend:                        + + + + -