Literaire thriller waarin twee kemphanen om elkaar heen cirkelen in een arena van psychologisch geweld – zelfs een uit de hemel gezonden bondscoach zou er geen raad mee weten.

Boetedoening van Robotham doet denken aan de Alex Delawares van Jonathan Kellerman uit de begintijd. Met die heel fraaie, superknap uitgewerkte psychologische intriges waarin Kellerman immer een rijkdom aan langlopende plots, subplots en mysterie opvoerde.

Alex’ evenknie in Boetedoening heet Joe O’Loughlin. Hij is psycholoog van beroep, vertoont de kenmerken van Parkinson in het eerste stadium, en zijn huwelijk staat op springen. Joe en zijn bijna-ex hebben twee dochters van wie de oudste, Charlie, in de lastige puberleeftijd zit.

Charlie’s vriendinnetje Sienna raakt betrokken bij een ernstig traumatiserende moordzaak, en een mogelijk spoor leidt naar een van haar docenten.

Intuïtie

Het is met deze twee mannen dat Robotham een dijk van een psychologische oorlogvoering ontketent. Joe moet vooral mikken op zijn intuïtie dat die docent fout is, want bewijsmateriaal is (nog) niet voorhanden.

En zonder bewijs kan er tandenknarsend veel uitgedaagd geworden, gespeurd en getreiterd, gefrustreerd en getergd.

Extra’s

Evenals Kellerman verrijkt Robotham zijn plot met extra’s, zoals een racistische moordzaak die als een rode draad door het boek loopt, en voorziet de auteur zijn vele personages van achtergronden die weer subplots op zich gaan vormen.

Zo’n soort thriller dus, eentje die volop suspense biedt en met deze zeer clevere hoofdpersoon de lezer het gevoel geeft dat ze niet alleen plezierig maar tevens intelligent wordt entertained.

Stijl

Robothams stijl is van de understatement. Een subtiele, soepele schrijfstijl die heel goed in deze psychologische warzone past. Waar geweld wel voorkomt maar nooit gratuit is en altijd voorafgegaan en gevolgd door zelfonderzoek.

In Joe’s geval dan, daar is hij de man naar. Al slaagt Robotham er ook prima in om te laten zien hoe psychologisch geweld veel desastreuzer kan zijn.