Essay in boekvorm van de Libanese schrijver Maalouf, die liever in het westen woont vanwege onze waarden en vanuit daar pleit voor diversiteit van andere waarden.

Dit boek met als thema ‘de ontregeling van de wereld’, is een verzameling denkbeelden over waar de wereld volgens de auteur ontspoort, en hoe we dat kunnen verhelpen. Het is alsof de maan met haar balancerende zwaartekracht is verdwenen waarna onze planeet ontwricht door de ruimte slingert.

Helaas heeft Maalouf boek geen duidelijk kader geschapen, en dat zegt de auteur zelf ook. “Het is als na een storm kriskras over het beschadigde terrein wandelen en de aangerichte schade opnemen.”

Fladder

Dat er geen lijn in zit, wreekt zich bij een wereldomspannend onderwerp (dat uiteindelijk niet zo wereldomspannend blijkt te zijn maar beperkt blijft tot ideologische tegenstellingen tussen oost en west).

Maalouf scheert langs allerlei onderwerpen, duikt in het wilde weg ergens in en daar weer niet. Bij een dergelijke fladdermethode komt de objectiviteit als vanzelf in het gedrang.

Want zo wordt het wel een erg opportune boel om de (zijn) eindstreep te behalen: hoe de potentiële harmonie waarin de mensheid kan leven verstoord wordt, en dat is natuurlijk veel te breed ingezet.

Crisis

Neem het onderwerp waar Maalouf weer heel uitvoerig op ingaat: de zege van Israël in ’67. Maalouf beschrijft hoeveel hoop er in de Arabische wereld was gevestigd op een overwinning op een klein landje dat amper 20 jaar bestond, en welke crisis uitbrak toen die zege uitbleef. Een ‘vernedering’ (daar heb je die ellendige term weer) die tot op de dag van vandaag nagalmt.

Die crisis is geen onbekend feit, maar Maalouf gaat niet in op de vraag – die al lang speelt – waarom er dan zoveel van een zege afhing. Na een overwinningsroes zijn de keukenkastjes immers nog steeds even leeg.

En hij gaat ook niet op de kwestie in of en waarom de Arabische wereld pas na een zege monter aan de slag zou kunnen om intern de boel op orde te gaan brengen.

Twijfel

Bij ‘pas op, aankomende wereldmachten als China en India’ blijft de auteur weer te veel aan de oppervlakte om te kunnen beweren dat die het machtsevenwicht komen verstoren.

Neem je bijvoorbeeld het lijvige boek “India” van Ramachandra Guha, die alleen al op meer dan 1000 pagina’s zijn twijfel beargumenteert of dit land daartoe de potentie heeft, dan blijft er van zo’n aanname als van Maalouf weinig overeind.

Lezen

Bovendien strooit hij met bedenkelijke oplossingen, zoals dat mensen hun kennis moeten verbreden door meer te lezen, omdat "schrijvers hun zoveel kunnen bijbrengen en dit leidt tot meer wederzijds begrip”.

Dat mag dan wel zo zijn, maar het blijft een gratuite stelling omdat, simpelweg, mensen dat niet doen. Wie oplossingen wil aandragen, kan zich toch beter baseren op de realiteit. Het “als/dan”-principe is in de Babylonische tijd al gesneuveld.

Kriskras

De goede bedoelingen van de auteur hoeven niet in twijfel te worden getrokken (al jengelt Calimero’s stemmetje hier en daar tussen de regels door), maar op de keper beschouwd biedt dit boek geen noemenswaardige noch nieuwe inzichten.

Maar dat was met zo’n kriskraswandeling over een klein stukje planeet door stukjes geschiedenis überhaupt al geen haalbare zaak.