Nuchtere uiteenzetting van het taalgebruik van Geert Wilders. Hoe zijn stijlfiguren het kamerdebat en ons land 'framen'. "Er is maar één visie en dat is de zijne. En dat is geen visie, dat is de werkelijkheid."

Journalist en schrijver Jan Kuitenbrouwer (1957) is een autoriteit op het gebied van taal. Zijn boek Turbotaal uit 1987 werd een bestseller, er volgden er nog zeven. Kuitenbrouwer is bovendien columnist bij Trouw, HP De Tijd en OnzeTaal.

De woorden van Wilders & hoe ze werken eindigt met een veertig bladzijden tellend lexicon van de meest gebruikte en meest opmerkelijke woorden van de politicus. Tussen 'afschaffen' en 'zat' komen onder meer aan bod: 'Al Gore-papegaai' (Jacqeline Cramer van VROM. "Bekommert zich vooral om de ijsbeer."), 'Heimweeschotel' (een schotelantenne) en Rabat aan de Rijn (Rotterdam).

Ook ontbreken het onvermijdelijke 'demoniseren', 'Islamisering' en de recent aan het Nederlands idioom toegevoegde 'kopvoddentaks' niet in het fijn relativerende overzicht.

Retorisch de baas

Maar dat is het einde, de hoofdstukken die aan het woordenoverzicht voorafgaan zijn niet minder de moeite van het lezen waard. Kuitenbrouwer vult zijn eigen kennis aan met diverse uitspraken en publicaties van derden en geeft zo een vermakelijk en tegelijk boeiende uiteenzetting van de manier waarop Geert Wilders zijn politieke tegenstanders retorisch de baas is.

Of dat volledig verdienste van de PVV'er zelf is waagt Kuitenbrouwer overigens te betwijfelen, het linguïstisch niveau van overig politiek Nederland is niet al te hoog.

Stijlfiguren

Maar wat doet Wilders dan goed? Het vrijwel totaal weglaten van bijzinnen bijvoorbeeld, zodat de boodschap eenvoudig en krachtig naar voren komt. Verder bezigt Wilders in het debat en in campagne een hele rits aan stijlfiguren.

Bijvoeglijk naamwoorden, de 'overtreffendste' trap, overdrijving, opsommingen en natuurlijk de metafoor (een tsunami aan buitenlanders) zorgen er voor dat men naar Wilders blijft luisteren. Doel van dit alles: het oproepen van emoties.

Framen

Wetenschappelijk onderbouwd en geïllustreerd met diverse voorbeelden legt Kuitenbrouwer vervolgens uit hoe Wilders met zijn taalgebruik het politieke debat en onze kijk daarop 'framet'.

Frames zijn, aldus de door de auteur aangehaalde taalkundige George Lakoff, mentale constructies die bepalen hoe we de wereld zien. Alle woorden die we kennen zijn verbonden met een frame. Meester in het bedenken van eigen termen Geert Wilders heeft zo een niet te onderschatten invloed op ons beeld van (politiek) Nederland.

Stof tot nadenken. En een interessante inleiding in de retorica en een zeer vermakelijk overzicht van het taalgebruik van de meest besproken politicus van de laatste jaren.