Derde thriller van Koryta bewijst dat hij geen nieuwe maar een gevestigde hoogvlieger in het misdaadgenre is.

Privédetective en ex-cop Lincoln Perry staat er alleen voor nu zijn partner in Florida zit uit te blazen.

Die heeft daar in de zonnige palmbomenzone een nieuwe deerne en geen sores, en zal voorlopig niet terugkeren.

Lang blijft Perry niet alleen. Hij wordt ingeschakeld door de veroordeelde moordenaar Harrison die zijn straf heeft uitgezeten. Harrison legt hem de zaak voor van een verdwenen koppel dat zich met zijn rehabilitatie bezighield, en dat blijken mensen te zijn die anderen allang in het vizier hadden.

Met dit soort complicaties is Koryta op zijn best. Perry wil niet, maar wordt desondanks in de case meegesleept. Je voelt zijn tegenstribbelen en wrevel op elke pagina, ook jegens de onervaren privédetective Ken die aan komt waaien en als kauwgum aan zijn schoen wordt, alsmede de agent die zich al jarenlang over dit mysterieuze dossier ontfermt.

Bedreven

Niet willen, toch doen, en dan ook nog de ene complicatie op de andere en partners waarop Perry niet zit te wachten.

Als Koryta niet zo bedreven was in het neerzetten van personages, was Het stille uur een ongemakkelijke thriller geworden.

Authentiek

In deze uitvoering is het echter zo’n authentiek en geloofwaardig verhaal waarin de koorden van de plot strak staan gespannen. Het is onvermijdelijk dat de lezer zich met Perry identificeert als diens instinctieve gevoel blijkt uit te komen.

Perry is onder een putdeksel gekropen dat met een dreunende klap boven zijn hoofd is dichtgesmakt, en hij moet door het riolenstelsel van de onderwereld kruipen, het domein van maffiosi, om weer daglicht te kunnen zien.

Zo schept Koryta een onbehaaglijk maar tevens realistisch en effectief sfeertje – toen de jury van de Edgar Award hem als jongste auteur op de shortlist zette, zaten ze niet te slapen.