Kunst en de dood zijn met elkaar verweven in deze chique misdaadroman die zich afspeelt in het Wenen van 1914.

Onze Vlaamse zuiderburen scoren immer hoog bij taalquizzen. Een van de fraaiheden die eruit springt in deze misdaadroman van Mieke de Loof is dan ook, jawel, het taalgebruik. Zoals gezegd is het decor Wenen anno 1914, en De Loof heeft dat tijdsbeeld loepzuiver vervat.

Deftig

Het lijkt wel alsof ze er een fijne slijptol op haar proza heeft losgelaten, om exact de sfeer te bereiken die ze wilde. Haar woorden zijn eerder ‘deftig’ dan archaïsch, de dialogen roepen beelden op van Weense theesalons, de gedragingen van de personages zijn precies zoals je je voorstelt bij mensen van die tijd. En als je geen idee hebt hoe die mensen zijn, dan weet je dat aan het eind van deze roman zeker wel.

Sprong

Een tweede pluim is voor De Loofs vertelstructuur: de schrijfster neemt de lezer au serieux en maakt af en toe een sprong in het verhaal. Maar ze bereidt die sprong dermate zorgvuldig voor en pakt daarna weer dermate zorgvuldig de draad op, dat dit onbesproken tussenstuk glashelder is.

Het is een narratieve vorm die je leesplezier intensiveert omdat de eigen verbeelding nu eenmaal – mits kundig aangezwengeld – een intrigerende dimensie aan een verhaal geeft.

Wervelend gespar

En dan dat verhaal zelf. Met Ksaveri Ignatz – psychiater, jezuïet en geheim agent – die ons telkenmale gul onthaalt op wervelend gespar met zijn intelligente vriendin Elisabeth. Zo hoffelijk, zo oud-Europees, zo decent en toch zo naturel. Deze twee hoofdpersonages komen een serie gruwelmoorden op het spoor die naar het werk van kunstenaar Egon Schiele leiden alsook naar mensen die ze persoonlijk kennen.

Kunstenaarsoog

Hun speurwerk verloopt eveneens conform de interbellum-Zeitgeist, zonder modernistische cliffhangers of shockeffecten van de thriller van nu. De gruwel van de moorden spreekt boekdelen en de jongemeisjeslijken worden soms als door een kunstenaarsoog bekeken.

Zoals eerder gezegd: kunst en de dood zijn in dit boek sterk met elkaar verweven, en het is eigenlijk verbazingwekkend hoe elegant de dood kan zijn. Maar De Loof weet het decor dan ook als een harp te bespelen.