Voortreffelijke roman over een man die waardering wil en precies de verkeerde stappen onderneemt om die te vergaren.

De Val van de Muur in 1989 zette niet alleen de wereld van de oosterburen op zijn kop. In Noorwegen werd Arvid in zijn jonge jaren een fervent supporter van het communistisch principe.

Hij besloot alles op het spel te zetten voor een leven binnen ‘de vierde stand’, zoals hij trots zijn arbeidzame bestaan omschreef.

En zo velriet Arvid het gymnasium om arbeider tussen de arbeiders te mogen worden. Zijn kansen op vooruitgang, die zo moeizaam was bewerkstelligd door zijn ouders en grootouders, liet hij varen voor een ‘ideaal’.

Arvid had zijn vriendinnetje (‘wij tegen de rest van de wereld, schat’) en Arvid had zijn dagelijkse gang naar de fabriek. Glorie.

Scheiden

Nu is Arvid 37 jaar, hij heeft twee dochters en zijn vrouw wil van hem scheiden. Het communisme is ineengestort en Arvid staat met lege handen. Hij wendt zich tot zijn moeder, die aan een terminale ziekte lijdt en naar haar geboorteland Denemarken is gereisd voor een vakantie annex trip down to memory lane.

Alleen heeft Arvid daar weinig oog voor. Die is met name in paniek dat zijn laatste houvast hem nu ook ontnomen dreigt te worden.

Vinnige hap

Schitterend, dit weemoedige portret van een man door verkeerde keuzes geen idee heeft hoe hij verder moet. De jeugdige overmoed van zijn tienerjaren komt terug om hem een vinnige hap in zijn bil te geven.

De moederfiguur, een van wijsheid en engelengeduld, geeft met haar licht ironische inslag lucht aan een verhaal dat anders té weemoedig was geweest. Via haar creëert Petterson ruimte voor lucht en relativering.

De derde onzichtbare

Petterson weet zijn twee hoofdpersonages zo sterk uit te werken, dat er een derde hoofdpersoon ontstaat zonder dat er veel woorden aan worden gewijd.

En dat is de vrouw van Arvid. Het beeld van Arvid is dermate knap opgebouwd dat zij als vanzelf een compleet personage wordt – zonder een actieve rol in het verhaal te spelen.

Parallel aan Arvids leven kun je immers haar verwachting, haar verandering (met het stichten van een gezin), haar groei en de uiteindelijk teleurstelling over haar echtgenoot uittekenen alsof ze in de kantlijn heeft meegeschreven.

Dat is een wonderlijke zo niet sensationele – en zeldzame – ervaring bij het lezen van Ik vervloek de rivier des tijds.

Te laat

Arvid is de personificatie van de ongelukkige die op zijn zeventiende al ophoudt met leven. In zijn politieke ideaal zag hij de geborgen schoot en was het einddoel al behaald – dacht hij. Hoopte hij. Als hij ontdekt dat het leven zo niet in elkaar zit, is het eigenlijk al te laat.

Geen wonder dat zijn moeder hem een klinkende klap op zijn wang verkoopt als hij haar op zijn zeventiende van zijn plannen op de hoogte brengt. Het individu laat zich immers niet loochenen ten faveure van een waan: wie dat doet, zal ooit in het zwaard van een wraakengel lopen.

Petterson heeft een rijk verhaal geschapen met zoveel lagen, dat er eindeloos is te mijmeren over mensen als Arvid. Dit is wat literatuur vermag, het scheppen van betekenis.