AMSTERDAM - Dat Amsterdam in de loop der tijd is verjongd, is vooral te danken aan oud-wethouder Jan Schaefer, die zijn stempel op de stadsvernieuwing drukte.

Dat stelt historicus Herman de Liagre Böhl in het boek Amsterdam op de helling, dat de strijd om de stadsvernieuwing in kaart brengt. Het boek wordt donderdagmiddag gepresenteerd.

In de jaren '70 wilden bewoners in hun huizen blijven wonen, terwijl het stadsbestuur afbraak en nieuwbouw voor ogen had. Dit leverde strijd op. Toen PvdA-politicus Schaefer eind jaren '70 wethouder Stadsvernieuwing werd, ''stelde hij orde op zaken'', aldus De Liagre Böhl.

Dit had onder meer tot gevolg dat de sociale woningbouw werd uitgebreid in elf en later dertien stadsvernieuwingsgebieden, die vooral rond het centrum gelegen zijn.

Motto

Bouwen voor de buurt was het motto, maar onder Schaefer werd onbedoeld niet voor de toenmalige homogene buurtbevolking gebouwd. Arbeidersgezinnen trokken weg vanwege de stijgende huren door renovatie op renovatie.

Onder meer niet-westerse allochtonen, studenten, yuppen en kinderloze echtparen trokken de oude wijken als de Pijp, Indische Buurt, de Jordaan en de Zeeheldenbuurt in.

''Bij elkaar begrijpen zij goed wat de aantrekkelijkheden van de oude wijken zijn'' zoals een vermenging van wonen en bedrijf, kroegjes en dagmarkten.

Jan Schaefer overleed in 1994.