Lady Macbeth heeft een literaire rivale gekregen: Serena, de ijzeren echtgenote van een houtkapitalist in North Carolina anno 1930.

De krach van ’29 heeft de financiële wereld doen kantelen, en de gevolgen zijn overal zichtbaar. Op de rokende puinhopen van een vermorzelde economie grijpt Pemberton, een jonge grootgrondbezitter die zijn fortuin verdient met boomkap, zijn kans.

Hij vertrekt met zijn kersverse nieuwe echtgenote Serena uit Boston naar North Carolina, waar zijn arbeiders zich onder gevaarlijke omstandigheden uit de naad werken voor een habbekrats.

Arend en arabier

Maar zo Pemberton zich al een onverzettelijke rouwdouwer betoont, is Serena dat in het kwadraat. Ze leidt als een ijsvorstin hun onderneming en galoppeert op haar fiere arabier tussen de werklui door: op haar arm een adelaar die ze heeft gedresseerd om ratelslangen te vangen.

Al is het 1930 en dragen arbeiders de nog van hun voorouders geërfde verbleekte uniformen van de Burgeroorlog; ze hebben ontzag voor deze vrouw.

Voor haar doet het verleden er niet toe en ze kijkt alleen maar vooruit, met een onverschrokkenheid die alle seksevooroordelen slecht. Was Orpheus als Serena geweest, dan had Eurydice zó de Hades kunnen uitlopen.

Grootindustriële machtsstrijd

Waar het kan, zet ze als een Lady Macbeth de zaken naar haar hand: haar man, het bedrijf, concurrenten, investeerders, en oud geld met andere ideeën over Amerikaans natuurgebied.

In het geweiengekletter tussen deze grootindustriëlen is de machtsstrijd te herkennen die Noord-Amerika zijn vorm gaf. En ook ver over de grenzen, want na North Carolina’s loofrijke gebieden wil Serena in Brazilië haar ambities nog grootschaliger voort te zetten.

Kinderloos

Het is voor deze vrouw niet te verteren dat ze één kracht niet kan controleren, en dat is dat haar huwelijk met Pemberton kinderloos blijft.

In die onmacht vindt ze bovendien een Olympische rivale: het keukenmeisje met wie Pemberton rotzooide voordat hij Serena in Boston ontmoette, en die een zoon van Pemberton heeft.

Met het personage Serena creëerde Ron Rash een fascinerend portret van de 20ste-eeuwse volksmenner. Mensen die hun stempel op deze wereld willen drukken en als een sloopkogel hun doel willen verwezenlijken.

Hij maakt inzichtelijk hoe gedrevenheid kan leiden tot ware verachting voor welke oppositie dan ook. Het is bezieling versus meedogenloosheid. Een meedogenloze obsessie die uitmondt in moordzucht als ze zich geconfronteerd zien met zwakke plekken, zoals Serena en haar kinderloosheid.

Machtig

Zo is de rode draad in deze roman, die door Rash ook nog eens is omkleed met beeldrijk proza. Hij schrijft over arbeiders anno 1930 en weelderige natuurgebieden. Over de echelons van Rockefellers en Vanderbilts en zanderige paden naar vervallen huisjes.

Over talismannen en bijgeloof die de uitzichtloosheid van de have-nots kracht geven, en bomen vol vogels en meren vol forellen die worden verwoest.

Rash schrijft over mensen van toen, over wat er is veranderd en waarom, en over karakters die nooit veranderen. Dit is een machtig rijke roman.