Toen Safran Foer echtgenoot en vader werd, had hij het gevoel voor een nieuw begin te staan en stelde hij zichzelf de vraag: waarom eten we dieren? En zouden we ze ook eten als we wisten hoe ze op ons bord terechtkomen?

Drie jaar lang deed hij onderzoek naar de productie van vlees en vis met Dieren eten als resultaat: een knappe mix van filosofie, literatuur, wetenschap en undercoverjournalistiek. Foer citeert Franz Kafka, duikt in onderzoeksrapporten, interviewt industriële veehouders en breekt ‘s nachts in bij een kalkoenfokkerij.

Eerlijk

Foer onderzoekt de verschillende verhalen die we onszelf vertellen om ons eetgedrag te rechtvaardigen en laat hij zien hoe die verhalen onze onwetendheid in stand houden. Hierbij zet hij zichzelf allerminst als heilige neer: hij genoot jarenlang van vlees en verzon voor zichzelf prachtige excuses om dat te kunnen blijven doen.

In het eerste hoofdstuk bekent hij eigenlijk zijn hele leven een hekel aan dieren te hebben gehad – tot hij op een dag over een zwarte pup struikelde die te vondeling was gelegd en instant-hondenliefhebber werd. Het zijn deze eerlijke bekentenissen en persoonlijke ervaringen waardoor je sympathie voor Foer voelt en hem vertrouwt.

Visueel

Net als in zijn vorige twee boeken, beide bestsellers, speelt Foer met schrijfstijlen en vormgeving. Naast zijn sterke stijl toont hij zijn grafische kracht: zo zet hij onthutsende cijfers in kapitalen voor extra nadruk en om aan te geven hoeveel dieren Amerikanen tijdens hun leven gemiddeld eten (het equivalent van 21.000), staat er vijf pagina’s lang niets anders dan ‘Invloed / Verbijstering’. Foer: ‘Één dier voor elke letter op de voorafgaande vijf pagina’s.’

Om duidelijk te maken hoe groot de bijvangst van tonijn is, schrijft hij het merendeel van de 145 soorten die bij de tonijnvangst – zonder noodzaak – regelmatig worden gedood volledig uit. Van hamerhaai, zeepaardje en zilvermeeuw tot zeeschildpad, dolfijn en zwaardwalvis. ‘Stel je voor dat je een bord sushi voorgezet krijgt, maar dat op dit bord ook alle andere dieren zouden liggen die voor jouw portie sushi zijn gedood. Dan zou het bord een diameter van anderhalve meter kunnen hebben.’

Elk hoofdstuk opent met een visuele pagina, een leuke afwisseling en bovendien zeer effectief, omdat het zich uitstekend leent voor confronterende feiten: ‘De bijdrage van de veeteelt aan het broeikaseffect is 40% groter dan die van de gehele transportsector; het is de hoofdoorzaak van de klimaatverandering.’ En: ‘Bijna 1/3 van de oppervlakte van de planeet wordt gebruikt voor veeteelt.’ Of: ‘Moderne industriële vislijnen kunnen ruim 120 kilometer lang zijn – de afstand van de zeespiegel tot de ruimte.’

Kip met worteltjes

Zijn joodse grootmoeder vormt een belangrijke rode draad in het verhaal. Foer opent met een herinnering aan de logeerpartijtjes en beschrijft hoe hij genoot van haar verrukkelijke kip met worteltjes, en in het bijzonder van de liefde waarmee dit familiegerecht werd bereid. Het brengt hem op de vraag wat vegetarisme betekent voor onze band met traditie, cultuur en identiteit. Eten is een sociale activiteit, en voedsel, familie/vrienden en geheugen zijn onlosmakelijk met elkaars verbonden.

Als Foers grootmoeder haar achterkleinzoon ziet, vertelt ze de kersverse vader voor het eerst hoe ze in de Hongerwinter bedankte voor het stuk varkensvlees dat een vriendelijke boer haar aanbood. Ze was graatmager, maar het vlees was niet koosjer: ‘Als niets er meer toe doet, is er niets meer om voor te leven.’ Hoewel deze les Foers drijfveer vormt en hij schrijft vanuit een sterke morele gedrevenheid, benadrukt hij dat Dieren eten geen pleidooi voor een vegetarische levenswijze is.

Wel zegt hij ervan overtuigd te zijn dat nadenken over het eten van dieren, vooral in het openbaar, onvermoede krachten vrij kan maken. ‘De kwestie van het eten van dieren raakt ons in het diepte van ons wezen, in onze herinneringen, onze verlangens en onze waarden. Voedsel doet ertoe, dieren doen ertoe en het eten van dieren doet er dubbel toe.’

Vegaburger

Soms kon ik het groene omslag letterlijk even niet meer zien, dan werden de beelden van kippen zonder snavel, kweekzalmen zonder kop, biggen in te smalle ligboxen, de ‘foutjes’ tijdens het slachten van koeien – en de onverschillige repliek uit de bio-industrie hierop – me simpelweg te heftig. En juist dát is Foers grote kracht, want het meest intrigerende aan Dieren eten is dat niets wezenlijk nieuw is. We kennen allemaal de gruwelijke verhalen en toch gooien we weer een varkenshaasje in de pan.

Foer schrijft dat het kennelijk niet de vraag is óf het lijden van vissen, varkens of andere consumptiedieren nou wel zo vreselijk belangrijk is, maar of dat lijden belángrijker is dan sushi, ontbijtspek of kipnuggets. Ik kan me niet voorstellen wie na het lezen van dit boek nog trek heeft in kippenpoot of kibbeling. Voor mij voortaan een vegaburger.