Met de prestigieuze Nike-prijs bekroonde roman is een virtuoze literaire gebeurtenis, waarin de geschiedenis van het 20ste eeuwse Polen is vervat.

“Over het doppen van bonen” heeft de structuur van een lange monoloog. Een onbekende man komt langs bij de beheerder van een park met leegstaande vakantiehuisjes, en terwijl ze samen bonen doppen praat de beheerder over zijn leven in 20ste-eeuws Polen.

Hij was ooit saxofonist, zo leren we. En als saxofonist leerde hij degene kennen door wie hij op deze plek is terechtgekomen. Waar hij nu zijn laatste jaren slijt, alleen in gezelschap van zijn twee honden Reks en Laps, en zijn herinneringen. Hij is gelukkig met wat hij hier heeft, en gaandeweg begrijpen we hoe hij met zichzelf en zijn verleden in het reine is gekomen.

Geboeid

Het tempo in “Over het doppen van bonen” is beheerst. De twee mannen hebben de tijd. En de bezoeker heeft vooral een geduldig oor, maar wie zou er niet uitermate geboeid luisteren naar iemand die op zo’n manier kan vertellen?

Als de man begint met zijn verhaal, is hij nog ingetogen. Hij stipt wel zaken aan die pas later in een andere context hun ballast en lading krijgen, maar hij wil zijn bezoeker (en de lezer) niet meteen overstelpen en houdt zich met humorvolle luchthartigheid op de vlakte.

Pas als hij heeft afgetast dat zijn toehoorder belangstelling heeft en behoudt, gaat hij dieper op de materie in. Zijn toon wordt filosofisch-beschouwelijker. Zijn mijmeringen krijgen steeds meer lagen, worden meer emotioneel geladen. Zijn inzicht over de levenscirkel die het individu aflegt krijgt steeds meer reikwijdte. De bezoeker blijft luisteren, de lezer blijft lezen.

Geen haperingen

De intieme sfeer in dat huisje met twee mannen die bonen doppen, biedt een sober decor dat de strekking van de monoloog aanvult. In glasheldere zinnen – de verteller hapert nergens, hij heeft begrepen en twijfelt niet meer – wordt aan de hand van één man het verleden van Polen beschreven.

Via zijn kindertijd, zijn verblijf in het opvanghuis, zijn ambachten, zijn omzwervingen, zijn liefde voor muziek en zijn liefde voor de waarheid. ‘Het verleden bestaat alleen in onze verbeelding,’ zegt hij. ‘Het bestaat door wat wij ons herinneren.’

Waarheid

En daarom is wat hier wordt verteld, en door wie, zo belangrijk. De oude man heeft een intense periode in de Poolse geschiedenis beleefd en het gebeurde bestaat alleen nog in zijn hoofd. Omdat hij zoveel aandacht heeft voor detail, is zijn herinnering zuiver en daarmee zijn overlevering ook.

Hij boetseert geen verleden die hem het meest welgevallig is, maar blijft oprecht. En hij weet de moed op te brengen om die zuiverheid vast te houden. Want met het verdraaien van de geschiedenis zouden we onze eigen geschiedenis wegvagen, weet hij.

En daarom blijft hij ook telkens opnieuw de namen op de houten grafkruisen rondom het huisjespark schilderen, opdat de levens en het nalatenschap van degenen die daar liggen nooit worden weggevaagd.