Psychologische roman over een cold case is een onvoorspelbare whodunnit met licht-filosofische ondertoon. Kandidaat voor de BNG Literatuurprijs.

Het is een titel die erin hakt, dat om te beginnen. Begrip voor de moordenaar is een groot taboe. Dit maakt het boek interessant, en schrijver Mark Boog heeft dit ook in de rest van het boek waar weten te maken.

Anders dan de titel doet vermoeden is het boek niet zozeer een thriller; het karakter is die van een psychologische roman. Een rechercheur is begonnen aan zijn laatste zaak; een verjaarde zaak waarvan niemand verwacht dat hij nog opgelost zal worden.

Literaire vrijheid

Het boek is een rapport voor de commissaris. Althans, dit zegt de ik-persoon, de rechercheur. Hij verontschuldigt zich direct voor de ongewone vorm. Als lezer neig je wat naar: dit is een excuus omdat het boek anders niet met literaire vrijheid geschreven kan worden.

Als je de hoofdpersoon beter leert kennen geloof je dat hij dit werkelijk zo geschreven kan hebben en ook de rechercheur beseft dat het geen rapport meer is. Hij (zijn naam wordt niet genoemd, net als van geen enkel personage de naam wordt genoemd in het boek) denkt dat hij op de zaak is gezet om hem nog maar even bezig te houden.

Altijd al draaide alles bij hem om zijn werk, en langzaamaan komt hij erachter dat hij is vergeten te leven. De moordenaar is al overleden, zijn weduwe leeft nog wel. De rechercheur treedt in contact met de weduwe en al snel bouwt hij een zeer persoonlijke relatie met haar op.

Onvoorspelbare whodunnit

De verwachting is; de zaak wordt opgelost. Maar, de bladzijden raken op en de rechercheur is nog geen stap verder. Wat is er aan de hand? Waarom is hij op deze zaak gezet? Wat gebeurt er met de hem? Het boek is spannend, maar op een andere manier dan bij een thriller.

De eerste paar bladzijden heb je het klassieke ‘wie is de moordenaar’-gevoel, dat je al snel kwijtraakt omdat je aandacht wordt opgeslurpt door de handelingen van de rechercheur. De personages zijn zeer realistisch maar tegelijkertijd uiterst mysterieus. Hun handelingen zijn onvoorspelbaar en bijzonder.

Filosofisch proza

Een groot compliment gaat naar de schrijfstijl. Geen simpele, saaie taal waar thrillers vaak naar neigen, maar een grote originaliteit aan woorden en zinsbouw. ‘Ik was – even – uitverkoren. Ik zag en voelde alles, bestuurde het, begreep het. Ik overdrijf een beetje.’

Dit talent is eerder al bekroond; Mark Boog heeft als dichter de VSB Poëzieprijs gewonnen. De zinnen zijn vaak licht-filosofisch en zetten je aan het denken over moord en moordenaars, over liefde en over het leven.

“Ik begrijp de moordenaar” zal door thrillerliefhebbers gewaardeerd worden en daarnaast is het literair bevredigend; een aanrader.