Haalt de nominatie voor de BNG Literatuurprijs schrijver Jan Van Mersbergen uit de mediastilte? Hij verdient het.

Van Mersbergen zal geen zielen winnen met een vlotgebekt boek dat is volgepompt met grappen, waarvan het merendeel van het 21ste-eeuwse publiek zo weg schijnt te zijn.

Sterker nog, zijn sobere stijl als een oase van kalmte lijkt niet op zijn plaats in deze moderne kermistijd. Toch is dit verhaal een speldenkussen van actuele onderwerpen.

Vrouwen eerst

In deze BNG-kandidaat “Zo begint het” bevinden de heren zich vrijwel geheel in de coulissen, in tegenstelling tot zijn vorige boeken. De vriend van Evana, een Antilliaan, zit in de bajes en ze brengt alleen hun kind ter wereld, wat haar zwaar valt. De Poolse Edyta werkt in Nederland om de opvoeding van haar in Polen achtergebleven dochter bekostigen. Edyta’s man is compleet buiten beeld.

Bij Emma, de moeder wier baby is doodgebeten, is de echtgenoot weliswaar aanwezig maar bij hun zie je de klassieker van ouders die een kind hebben verloren. De man wil zo snel mogelijk de draad oppakken om te vergeten, de vrouw lijdt door en ze lijdt vooral alleen.

Schuldgevoel

De hond in spe, Sirius, was een pup uit een nest dat ooit uit een vuilcontainer is gevist. De media zaten er toen bovenop, en ook nu met die baby. Evana werkte een tijdje in het asiel waar de hondjes werden ondergebracht, en ze vermoedt dat Sirius de pup is waarover ze zich tijdelijk had ontfermd.

Gekweld door schuldgevoel dat zij de hond verkeerde dingen heeft bijgebracht, raakt ze geobsedeerd door de tragedie, en het lukt haar niet een band met haar eigen kind te ontwikkelen. Edyta is verzorgster van de man die jarenlang eigenaar van de hond is geweest voordat hij bedlegerig werd en hem aan Emma overdeed.

Verlossing

“Zo begint het” is sombergrijs van toon, en het verhaal vertoont bijna de kenmerken van een detective. Uitermate zorgvuldig reconstrueert de auteur de aanleiding naar de climax waarop Sirius deed wat hij deed – maar het is geen climax die verlossing brengt.

Er staat geen woord te veel in deze prachtig stijlvaste roman met personages die zich nauwelijks uiten, maar de zeggingskracht zit in het minimale. Sober rijgt Van Mersbergen de scènes aaneen van doorsnee mensen en hun onmacht ten opzichte van hun levensdrama, en met die beheerste stijl weet hij een mijnenveld van spanning op te roepen.

Het soort spanning dat je bij zulk ragfijn taalgebruik niet had zien aankomen: het is als armpje drukken met Tinkerbell en dan opeens verliezen.