In deze nieuwste thriller van Kerr zit zijn vaste hoofdpersonage Bernie Gunther weer in het Berlijn van vóór de oorlog; de nazi’s versterken hun greep op Duitsland.

Met Bernie Gunther creëerde Philip Kerr een detective die zich qua zeggingskracht kan meten met Patricia Highsmith’s Tom Ripley. Levensecht maar met enige rek in de contouren. Heldhaftig genoeg maar niet te. Sexy, maar geen 007. Ethiek, maar niet tot de dood erop volgt.

De Ripleys en Gunthers van deze wereld zou je op straat voorbijlopen, maar in thrillers worden ze onder de handen van hun scheppers bigger than life.

Prestige

Gunther schreef geschiedenis met de alom bejubelde Berlijn Trilogie, De een van de ander, en Een stille vlam. En nu is daar “Als de doden niet herrijzen”.

Het is begin jaren ’30, en het prestige van de Olympische Spelen in 1936 in Berlijn staat op het spel. Prestige? Een joodse journaliste uit New York is naar Berlijn gereisd om verslag te doen van de antisemitische ‘prestige’ die zich als een smerige olievlek over Duitsland verspreidt, en doet genoeg materiaal op om er dikke boze boekwerken over vol te schrijven.

Geheim netwerk

Ze verblijft in het duur hotel waar Gunther een soort van bewakingsfunctie vervult. Hij wil graag privédetective worden (zie dit boek als een prelude naar “De een van de ander”) maar ontbeert de financiën. Via twee moorden – de ene op een hotelgast, de andere op een Joodse arbeider – komt de investigator in hem naar boven, en raakt hij betrokken bij een geheim netwerk om het grootse Dritte Reich op de kaart te zetten. Seks is in the air als Gunther in opdracht van de hoteleigenaar de journaliste een handje moet helpen met haar werk.

Bakzeil

De kracht van deze thriller zit hem vooral in de onheilspellende sfeer van Berlijn jaren ’30, waar Kerr een enorme kennis over tentoonspreidt. Hij maakt voelbaar hoe het moet zijn geweest om dagelijks strijd te leveren tegen de opkomende duivelse politiek en de idiote doelstellingen voor een raszuiver Duitsland.

Ook Gunther is voor een kwart joods, en hij voelt de schroeiende adem van de nazi’s in zijn nek. Joden mogen niet meer in restaurants, worden ontslagen, van sport uitgesloten, opgejaagd, onteigend: de aanzet voor de gruwel van 40-45 hangt als een gore dikke walm in de lucht, en dat umfeld weet Kerr op een verstikkende manier te verbeelden.

Degenen die in het huidige politieke debat voortdurend met onsmakelijke vergelijkingen komen naar deze periode, zouden alleen al via deze thriller bakzeil moeten halen.

Slepend

Een minpunt is dat de vliegende schrijfstijl en geestige metaforen tamelijk krampachtig zijn vertaald. En daar Kerr deze keer echt met metaforische vergelijkingen smijt, is het lezen als herfstbladeren op een NS-spoor.

Kerr hanteert via Gunther de humor als wapen, want humor is overwonnen droefenis en dat is een van Kerrs handelsmerken. Maar door de slepende voeten van deze Nederlandstalige versie komt die essentie niet altijd door.