Magistrale roman in de traditie van 100 Jaar Eenzaamheid en Het Huis met de Geesten: het Zuid-Amerika van de jaren ’80 herstelt zich moeizaam van de junta.

Een burgemeester met het Gilles de la Tourette-syndroom, zijn speeches doorspekt met ‘Kut met peren!’ en ‘Dikke memmen! Zalig’. Een reus van ruim 2 meter 20. Een jam verkopende Oost-Europese vluchteling die kinderen haat en prachtige schilderijen maakt. Een hoogbegaafd meisje dat naar muziek luistert uit een radio zonder batterijen.

Dit zijn slechts enkele van de kleurrijke figuren uit de magische roman van Figueras: het zijn de bewoners van het Argentijnse dorp Santa Brigida dat associaties oproept met het Macondo uit 100 Jaar Eenzaamheid van Marquez.

Het is tegenwoordig bonton om Spaanse romans te vergelijken met Zafón, maar, hoe briljant Zafón ook is, Figueras’ roman laat zich beter vergelijken met Marquez’ Macondo of Isabel Allende’s Huis met de Geesten.

De spelers

Het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig in Argentinië, dat nog niet is hersteld van de militaire schrikbewinden. De beeldschone alleenstaande moeder Pat (Patricia) en haar dochter Miranda, dat meisje van de muziek, duiken op een dag in Santa Brigida op. Pat zwijgt als het graf over hun verleden. Ook tegen Teo, de man van reusachtige afmetingen met wie ze een relatie krijgt. Teo gaat zielsveel van de twee houden, en raakt verwikkeld in hun complexe leven met dat duistere verleden dat Pat nog altijd schreeuwende nachtmerries bezorgt.

Samenhang

Maar deze roman is veel meer dan de lyrische belevingswereld van een bonte gemeenschap. Het is een verhaal (een lied) over liefde en dood, en alles wat zich tussen hemel en aarde beweegt. Hoe mensen proberen hun leven zo goed mogelijk in te richten, opstaan of blijven liggen na een val, doorgaan of afhaken, en met zichzelf in het reine proberen te komen.

Een belangrijk thema in Figueras’ boek is dat de handeling van de ene altijd consequenties heeft voor de ander, hoe intens men ook probeert zichzelf van de buitenwereld te isoleren, en dat men het verleden niet kan negeren.

Symfonie

Die onontkoombare samenhang van alles laat Figueras ook terugkomen met muziek en wiskunde, die hij volmaakt laat samenvallen met het onvolmaakte van de schepping. Dit, alsmede dat thema van actie en reactie, vormen de pijlers onder het verhaal, dat Figueras als een maestro met woorden tot een welluidende structuur verwerkt.

Niets uit dit verhaal, hoe wonderlijk ook, is gratuit, melodramatisch of behaagziek. Als de auteur een personage een functie in het verhaal wil laten vervullen, komt dat nimmer uit de lucht gevallen. Alles vormt een logisch onderdeel in het grote geheel, waardoor “Het Lied van leven en dood” als een prozaïsche symfonie van de orde in de kosmos fungeert.

Drijfveer

Ofwel: pracht van een boek. Met een onafgebroken reeks anekdotes rondom mensen die vanwege die diepe lagen in het verhaal in je hart gaan zitten. Die je razend nieuwsgierig maken naar datgene wat Patricia toch te verbergen heeft maar wat door Figueras tot het einde verzwegen blijft.

Een geheim dat tegelijk dienstdoet als drijfveer voor hun talloze avonturen, en uiteindelijk landt met de kracht van Figueras’ vorige roman, Kamtsjatka. Het is een wonder dat Figueras zoveel schoonheid weet te creëren uit zo’n duistere periode in de Argentijnse geschiedenis, temeer daar het een roman is dat de Argentijnen kan helpen die periode een plek te geven. Een aanrader van jewelste.