Een vrij moralistisch verhaal over een klein, bijdehand, eenzaam spookje waar jonge kindjes een hoop van kunnen leren. Vanaf 7 jaar.

Op een dag is de moeder van Enge Ella zomaar verdwenen. Sindsdien woont Ella in een textielfabriek en wordt ze opgevoed door Torres Damast en Mystieke Malou.

Overdag ligt ze keurig opgevouwen op de bovenste plank van het stoffenmagazijn, maar ’s nachts komt ze samen met de andere spoken tot leven.

Nachtschool

Wanneer ‘de groten’ ’s nachts bij de mensen gaan spoken, moet Enge Ella samen met Flinke Fietje en Nare Nemo naar de Nachtschool voor Jonge Ongeletterde Spoken. Als Ella op een van eerste dagen al een te grote mond heeft, wordt ze door juf Stuipenophetlijf erop uit gestuurd om een mensenkind bang te maken. De opdracht mislukt en Enge Ella komt tegen de dageraad moe en geschrokken thuis.

Als haar vriendin Flinke Fietje haar ook nog allerlei verwijten maakt, wordt het Ella teveel en gooit ze haar van de bovenste plank. Net op dat moment komt de secretaresse van de fabriek het magazijn binnenlopen.

Mevrouw Vampe raapt Fietje op en laat er een tasje van naaien, dat ze vervolgens naar Parijs stuurt. Voor straf zal Ella Flinke Fietje moeten ophalen uit Parijs.

Warrig

Het verhaal begint ontzettend leuk; de verhaallijn is niet te moeilijk, de karakters hebben ieder hun eigen kenmerken en de gesprekken tussen de spoken hebben hier en daar hilarische wendingen.

Echter, hoe verder je in het verhaal komt, hoe ingewikkelder het wordt. De humor waarmee de eerste hoofdstukken zijn geschreven, lijkt te vervagen en een serieuze boodschap voert steeds meer de boventoon.

Victor Hugo

Zo komt Ella in Parijs het spook van Victor Hugo tegen. De dingen die hij zegt, zijn hier en daar – zelfs voor een volwassene – op het eerste gezicht onbegrijpelijk en behoeven meerdere lezingen voordat het kwartje valt. Ik vraag me ernstig af hoe een kind van zeven zijn wartaal zou moeten begrijpen.

Het doel waarmee Victor Hugo wordt opgevoerd, lijkt duidelijk. Dit boekje van Enge Ella is deel één uit een serie van tien en het lijkt voor de hand liggend dat in alle andere negen delen ook beroemde spoken worden opgevoerd.

Dit gevoel wordt versterkt door een de pagina met korte informatie over de Franse schrijver. En hoewel er natuurlijk niets mis is met het bijbrengen van enige algemene kennis, lijkt deze stof mij vrij prestigieus voor kinderen van zeven jaar.

Ondeugend Spookje

Waar jonge kinderen zich zeker in kunnen vinden, is het ondeugende gedrag van Ella. Omdat Ella al jong haar moeder is kwijtgeraakt, vertoont ze nogal wat dwars gedrag. Ze daagt haar vrienden uit, heeft een grote mond, zegt geweldige dingen tegen de oudere spoken en haalt verzint de gekste streken.

Vooral de bijdehante opmerkingen van Ella tegen haar juf zullen zowel kinderen als eventueel voorlezende ouders een flinke glimlach ontlokken.

Illustraties

Naast het ondeugende karakter van Ella, zullen de prachtige illustraties van Fredrik Skavlan zeker een heleboel kinderharten weten te veroveren. Hij weet precies die humor die de Unni Lindell in het boek heeft gestopt, uit te vergroten door middel van zijn komische, stripachtige tekeningen.

Het eerste avontuur van Enge Ella en haar vrienden wekt lichte nieuwsgierigheid op naar het vervolg. Te hopen is alleen dat er dan iets minder vaagheden in het verhaal voorkomen en de tekst net iets lekkerder doorloopt dan het nu doet.

Als de auteur hierin weet te slagen, zal het niet alleen ouders bekoren, maar ook kinderen vanaf zeven jaar goed weten te vermaken.