J.M. Coetzee – Summertime

Coetzee’s autobiografische boek bestaat uit een reeks vignetten van mensen die hem hebben gekend. Genomineerd voor de Man Booker Prize 2009.

Summertime is het derde deel in Coetzee’s onconventionele autobiografie. De eerste twee, Boyhood en Youth, verschenen respectievelijk in 1998 en 2002. Net als die twee titels is Summertime ook een op zichzelf staand boek, dat geconcentreerd is op de jaren 1972 – 1977: een periode waarin het schrijverschap van Coetzee vaste vorm begon aan te nemen.

Derde persoon

De auteur bevindt zich op dat moment onder weinig florissante omstandigheden in een schamel huisje dat hij alleen met zijn vader bewoont. Hier is hij nog zelf aan het woord, via losse stukken tekst.

Daarna pakt een ander de draad op: Coetzee geeft – in het boek – zijn pen aan een derde. Deze derde persoon voert gesprekken met mensen die belangrijk zijn geweest in deze periode van Coetzee’s leven.

Afstandelijke man

Via een serie vignetten in de vorm van interviews, leren we Coetzee kennen als minnaar, als lid van de familie Coetzee, als afgewezen minnaar, als leraar Engels en als weer als minnaar annex collega. Zij ontleden vanuit hun perspectief de persoon Coetzee.

Het overkoepelende thema is de afstandelijkheid die elk van deze geïnterviewden bij Coetzee heeft ervaren. En bij hun oordeel spaart de auteur zichzelf niet; hij heeft Summertime immers zelf geschreven – al zou je dat bij deze vorm bijna vergeten.

Essentie

Maar het is juist door deze interviewvorm en door die afstandelijkheid dat de essentie van Coetzee kan worden afgetast, onderzocht en vooral: in zekere zin doorgrond – hoe meesterlijk kun je als schrijver zijn?

De auteur durft te twijfelen aan alles, vooral aan zichzelf en aan zijn zelfperceptie, hetgeen hij aan de hand van deze uiteenlopende ‘getuigenissen’ duidelijk maakt. Uit Summertime kan men distilleren dat voor Coetzee één waarheid niet bestaat, zelfs niet de waarheid over één individu.

De mal

De vorm van deze memoires is origineel, het proza is prachtig en intens. Om het beeld van Coetzee te vervolledigen, zet hij het decor van Afrika jaren zeventig in. Met een nieuwe generatie die zich ongemakkelijk begint te voelen met het soort Afrika dat hun voorouders hen als erfenis hebben nagelaten.

Een Afrika dat van invloed is geweest op de vorming van Coetzee. De vrouwen mogen dan laten doorschemeren dat de auteur ongenaakbaar in zijn eigen wereldje zat: als Coetzee één ding aantoont met Summertime, is het wel dat zijn mal door vele mensenhanden is vervaardigd, zowel direct als indirect.

Tip de redactie