Sterke roman speelt zich af in een vissersdorp in Normandië. Oud zeer uit het verleden speelt een zwijgzame rol in het heden.

De branding speelt een hoofdrol in deze pastorale roman van de Franse schrijfster Claudie Gallay. De bewoners van het kleine dorp La Hague horen dag en nacht het rollen en breken van de golven op de kust, alsof Riders on the Storm van The Doors de soundtrack van hun leven is. Naast die consequente aanwezigheid van dat geluid, dat soms aanzwelt tot oorverdovend geraas als de hemel zwart dichttrekt en noodweer het dorp teistert, is het ook een donor.

Strandjut

‘De zee neemt, de zee geeft,’ zeggen ze in het dorp als er een storm heeft gewoed en schepen zijn vergaan. Ze lopen als strandjutters naar de branding en verzamelen aangespoelde resten. ‘Diefstal,’ zeggen buitenstaanders. ‘Geschenken van de zee,’ zeggen de locals zelf, die al genoeg offers hebben gegeven aan het uitgestrekte water dat hun eeuwige horizon markeert.

Kniertje

Gallays roman doet bij vlagen denken aan het toneelstuk Op Hoop van Zegen van Heijermans, met personages die zich een bepaalde barsheid hebben aangemeten als verweer tegen het harde leven van een kustdorp. Ze hebben zonen en vaders verloren aan die zee, en bij hevig noodweer ook mensen en goederen op het vasteland als het water over het strand heen hun dorp werd ingedreven.

Vreemde eendjes

Twee mensen zijn in deze gemeenschap het vreemde eendje in de bijt. De ene is een jonge vrouw die in La Hague is neergestreken om de vogelpopulatie te bestuderen. De ander is Lambert, die na een lange tijd is teruggekeerd. Zijn vertrek ging indertijd gepaard met een tragedie, maar Gallay maakt geen enkele haast om die nader te preciseren.

Sober

Je moet als schrijver maar durven, om het doodgewone leven van alledag in zulke contreien pagina na fascinerende pagina te beschrijven. Met niet meer dan sobere zinnen en weinig verheffende gedachten, maar door zich te verlaten op gebaren, kalme gesprekken in het café en steelse blikken. En Gallay geeft subtiele hints naar een oude pijn van een vuurtoren die op een cruciaal moment niet werkte – was daar opzet in het spel?

Afwachten

Die vuurtoren is een leidmotief als Le Chat van uit de gelijknamige novelle van George Simenon. Het geval van die vuurtoren duikt bij tijd en wijle op, en heeft de werking van een splijtzwam. Het zijn marginale middelen waarmee Gallay een krachtige sfeer weet op te roepen. Als schrijver gunt ze de gemeenschap van La Hague hun geheimen, ze gunt hen hun eigen manier om met het verleden om te gaan, maar tevens blijft ze druk uitoefenen om dat stilzwijgen te doorbreken. Maar in hun eigen tempo, dat wel, alsof ze als chroniqueur zelf de personages niet aanstuurt maar observeert, en afwacht tot ze zelf zover zijn. Het is een buitengewoon spannende manier van schrijven.