AMSTERDAM - Na zes jaar heeft Thomas Rosenboom weer een vuistdikke roman afgeleverd: Zoete mond. Zijn vorige boek De nieuwe man dateert alweer van 2003 en werd genomineerd voor de AKO literatuurprijs.

Met Publieke werken (1999) en Gewassen vlees (1994) won hij de Libris Literatuurprijs.

Toen Rosenboom aan zijn nieuwe boek begon, wilde hij het anders doen dan de voorgaande romans. ''Bij de andere boeken zag ik een verhaallijn met een begin en een climax. Nu begon het met een gevoel en een sfeer. Ik wilde geen strak boek, maar een meanderend verhaal over dierenliefde'', zegt Rosenboom.

Konijn

''Ik kreeg het idee hiervoor toen er een konijn in mijn huis kwam en ik als het ware bedwelmd raakte door dierenliefde. Zoete mond gaat over een heel dorpje dat bedwelmd raakt door dierenliefde.

Ik wilde een algemeen (denkbeeldig) dorpje aan een rivier in een onbestemde tijd, waar nooit iets gebeurt. En als er iets gebeurt, verdwijnt het weer. Net als de witte walvis in het boek die de Rijn opzwemt en weer weggaat.''

Dierenliefde

Rosenboom: ''Ik vond dat een buitenstaander die dierenliefde teweeg moest brengen, iemand met een bijzondere band voor dieren.'' En zo arriveerde in het dorp aan de rivier de dierenarts Rebert van Buyten, een weduwnaar.

Hoewel Van Buyten niet praktiserend is als dierenarts, komt de jeugd wel langs met gezonde huisdieren. ''Het was een onwerkelijke praktijk, waar de dorpskinderen gezonde dieren brachten'', lacht Rosenboom.

Rivaal

De hoofdpersoon Rebert ontmoet in het dorp ook de rijke Jan de Loper, in wie hij een rivaal ziet. Rebert wordt bij de jeugd als arts ongewild steeds populairder. Dit tot ongenoegen van Jan de Loper die wel steeds probeert de aandacht te trekken met zijn grappen en grollen.

In het boek zitten enkele autobiografische elementen en historische gebeurtenissen, zoals de walvis die in 1961 de Rijn opzwom. ''Veel mensen die deze witte beloegadolfijn zagen, zeiden later dat ze het gevoel hadden dat ,ze bij iets mythisch waren' '', aldus de schrijver. Evenals de auteur zijn de belangrijkste twee hoofdpersonen fanatieke lopers.

Kindertijd

De titel Zoete mond roept bij Rosenboom associaties op aan zijn kindertijd. ''Toen ik een jongetje was, zeiden mijn ouders 'hier heb je een stuiver voor de snoepwinkel om snoep te kopen'. Dat gaf een zoete mond. In dit boek zitten ook scènes die dit gevoel van een zoete mond opwekken.''

Hoewel Rebert niet werkt als arts, heeft hij wel geld nodig om te kunnen leven, legt Rosenboom uit. ''Toen herinnerde ik me dat ik een keer met een vriend in een café zat en we commercials bedachten'', aldus Rosenboom.

In de roman verzint de hoofdpersoon in een restaurant een commercial waarmee hij goud geld verdient. Zelf heeft Rosenboom nooit aan zijn reclamespotjes verdiend.