Nemon – Goldfarb

Fictief relaas van een vrouwenversierder in het Amsterdam van de jaren 60, toen de stad nog seculier was en die magie bezat van vrijheid en een open, tolerant karakter.

Het lijkt wel alsof Goldfarb uit weemoed is geschreven.

Het Amsterdam dat in deze roman van een verleider wordt geportretteerd, is een hommage aan de stad die zolang de uitwerking van een magneet had op kunstenaars, intellectuelen, excentriekelingen en vrijheidslievenden.

Goldfarb speelt zich af in het Amsterdam van het jaren 60, maar qua sfeer lijkt het wel een eeuw geleden.

Er was nog zoveel ruimte voor de zinnen, en de zinnelijke advocaat Goldfarb lijkt de belichaming van dat verdwenen tijdperk.

De womer

Goldfarb is een zelfverklaard ‘womer’ (afkorting van womanizer). Hij begeert vrouwen en maakt er een levenswerk van om ze te verleiden. Hij neemt dat veel serieuzer dan zijn vak als advocaat, waarmee hij in de juridische voetsporen van zijn vader is getreden.

Goldfarb is zo bezeten van zijn verleidingspraktijken, dat hij voortdurend te laat op rechtszaken verschijnt of ze soms helemaal vergeet. Maar deze preoccupatie is geen puur erotomane bedoening. Goldfarb adoreert vrouwen – hetzij kortstondig.

Hij ziet ze op straat, in de tram, in het café, op feestjes, monstert ze van onder tot boven, observeert ze, en raakt dan tot over zijn oren in hun ban.

Tijdelijke leugen

Het is aandoenlijk. Elk woord dat hij in hun oren fluistert over hun verheven aanwezigheid op deze aardbodem meent hij dan ook oprecht, al zijn de woorden even later weer vergeten als hij een andere slanke enkel onder een rok ontdekt van weer een ander goddelijk vrouwwezen.

Dan kun je het niet als leugen aanmerken, maar eerder als de tijdelijke vervoering van een excentriekeling. Iets wat kortstondig welgemeend is, is immers geen leugen (al zijn natuurlijk niet alle dames uit het boek het met die stelling eens).

Verleiding vs muziek

Het leidt er evenwel toe dat Nemo zijn versierdersbestaan richting het laatste stuk van het boek niet alleen relativeert, maar zelfs de nutteloosheid ervan begint in te zien.

Hij kan niet zoals musici pianotoetsen aanslaan of een lied aanheffen om keer op keer de sensatie van de muziek te ondergaan.

‘Er bestond geen notenschrift om de zachte streling van Moira, Rosalie of Leone vast te leggen. [...] Toen hij aan de andere kant van de Oudemannenhuispoort aankwam, was het of intussen zijn hele leven, alles wat hij tot nu toe had beleefd of meegemaakt, was uitgewist.’

En ook dat is alweer zo’n eerlijk zelfinzicht waardoor de auteur zijn personage, ondanks diens eenlijnige doelstelling, een interessante karakterontwikkeling kan laten doormaken.

Gedurfd

De stijl van het proza is gedurfd, met die onverwachte wendingen. Neem deze. Goldfarb neemt aan het begin van het boek de muzikaal aangelegde Angela mee naar het Concertgebouw om haar via de muziek te veroveren.

Zoals al gezegd, hij maakt veel werk van zijn prooi. Tot Angela’s schok valt Goldfarb in slaap want hij heeft niets met muziek, maar dan doet de auteur dit.

Hij begint een nieuwe alinea met de woorden: ‘We laten hem even slapen. Nu hij toch slaapt, benutten we de gelegenheid om een switch te maken.’

De schrijver richt zich rechtstreeks tot de lezer, als iemand uit Goldfarbs vriendenkring die hem van nabij heeft gekend. En zo kruipt Nemon even later ook in de huid van Angela.

Essentie

Het is een wisselend vertelprespectief zodat de daden, handelingen en gevolgen van Godfarbs raison d’être van alle kanten wordt belicht, en tot in zijn binnenste doordringt. Want Goldfarb is meer dan een verleider.

Zijn verleidingskunsten zijn slechts een manier om zijn eigen essentie te ontdekken, en – gelukkig – is Goldfarb een veelzijdige, boeiende, humoristische, innemende vent. Alle eigenschappen die de roman zelf ook heeft.

Tip de redactie