A.F.Th. Van der Heijden – Doodverf

In Doodverf wordt de gipsmoord uit De Tandeloze Tijd opnieuw door AFTh verteld. Maar dan anders.

De Amerikaanse auteur Paul Auster zei ooit dat de wereld zo groot en zo interessant was, dat je elke keer een nieuwe invalshoek kon vinden zodra je erover ging schrijven.

Dat is de waarheid als een koe, die AFTh echter nog een eind verder trekt. Hij herschreef zijn eigen verhaal uit een eerder gepubliceerde roman om het als literaire thriller te presenteren.

Kan een boek te goed zijn voor het genre literaire thriller? Mocht die discussie ooit van de grond komen, dan zal Doodverf worden aangehaald als voorbeeld. Want wat is dit boek geweldig, overweldigend, verbijsterend, met dat wakkerschud proza vol stilistische taalarchitectuur.

Kinderhandel

In Doodverf worden de praktijken van de kinderenhandelaar Gesù Porporà naar voren gehaald, met hoofdpersonage Albert Egbers als zijn koerier. Hij doet het voor het geld, kinderen door Europa meenemen en bij hun adoptieaouders afleveren.

Albert is verslaafd aan heroïne, maar in het begin van het boek is hij nog niet zo’n degenerate junk dat hij zich afsluit voor de belevingswereld van zijn ‘koerierpakketjes’. Zo blijkt uit de scène waarin hij een kind kwijtraakt in een warenhuis en de paniek toeslaat. AFTh maakt zulke passages van rauwe angst beklemmend voelbaar.

Gipsmodellen

De twee andere hoofdpersonages zijn Alberts vrienden Flix en Thjum. Albert Flix Thjum, weet u. Flix is van het slag dat de kunstenaar van die tijd – het verhaal speelt zich eind jaren zeventig af – ten voeten uit verbeeldt. Eigengereid, onbeheerst, een ego dat zichtbaar is vanaf de maan, en die uiteindelijk een rücksichtlosheid tentoonspreidt die voor het duistere suspense-element van het literaire thrillergenre zorgt.

Hij verpakt modellen in gips en wil de beelden die hij daaruit creëert zo levendig mogelijk de grensovergang van leven naar dood laten maken. De resten van Pompeji zijn Flix’ Disneyland, en de onfortuinlijke Thjum is zijn veel te gewillige model.

Gesplitst

Wat een verhaal, waarin de drie levens elkaar kruisen met dodelijke afloop. En dan die stijl. Die stijl is zo goed dat hij tevens – hoe vreemd dat ook klinkt – het enige minpunt vormt van het boek. AFTh maakt zinnen die je doen duizelen van hun virtuositeit en rake observaties. Die observaties zijn prachtig trefzeker, maar laten je tevens nauwelijks vergeten dat hier het medium taal wordt gebruikt om een verhaal te vertellen.

Het is alsof je naar een schitterend omheinde tuin kijkt die vol staat met even schitterende beelden. Die omheining zelf is echter zo kunstig van structuur dat je keer op keer je blik van de beelden laat glijden om die omheining zelf te bewonderen. Dat is dubbelop genieten of een gesplitst aandachtsveld, maak je keuze. Maar knap is het wel.

Tip de redactie