Thriller van eigen bodem heeft een oer-Hollands thema's: drooglegging en waterkering.

In 2008 gooide Daniëlle Hermans hoge ogen met haar debuut Het Tulpenvirus. De tulp was al zo’n Hollands fenomeen waarmee ze het Nederland van rond 1600 verbond met een actuele zaak. Wordt dit haar signatuur?

In De Watermeesters verweeft ze een plan van ambitieuze waterbouwkundigen uit de VOC-periode met de overambitieuze plannen van een vermaard ingenieursbureau uit de tegenwoordige tijd. Plannen die hen duur komen te staan.

De dode

Want geen thriller zonder lijk, en dat lijk wordt, heel toepasselijk, gevonden bij de dijk. Het is van Berend Adriaans, de kille directeur van een waterbouwkundige onderneming die prestigieuze wereldprojecten op zijn naam heeft staan.

Rechercheur Van Helden krijgt de zaak toegewezen, en samen met zijn nieuwe beschermelinge bij het korps, Nicole, wordt het onderzoek opgestart.

Vakwerk

Hermans heeft qua thematiek haar huiswerk gedaan. De Watermeesters biedt een portret van de status quo van de waterbouwkunde in Nederland toen en nu, en ze weet die materie overzichtelijk te brengen. Deze informatie wordt verder ook nauwelijks in de weg gezeten door de moordplot en het recherchewerk, die – wellicht erg Hollands – vrij sober zijn.

Wat getuigen verhoren, beetje zoeken, en een belangrijke aanwijzing doordat Nicole een gesprek afluistert – het is geen deksels complexe zaak. De vondst van een eeuwenoude schedel voegt wat enigma toe, maar het blijft steken bij degelijk vakwerk, dan maar.

Instructies

De geldt ook voor de structuur van De Watermeesters, die niet wordt versterkt door de technische schrijfkunsten die door de pagina’s heenschemeren.

Het zijn handigheidjes die dieper verstopt moeten zitten, alleen als richtlijn in het hoofd van een auteur. Je kan de cursusleider bijna zijn instructies horen opdreunen ‘sluit je hoofdstukken af met een cliffhanger’ en ‘bewaar Het Geheim’.

Lassie

Dat is niet storend, maar het valt gewoon op. Ook bij de opbouw van de personages, zoals het gekkigheidje dat Nicole heeft meegekregen. Ze heeft een grote neus en haar reukvermogen is bovengemiddeld ontwikkeld, net als bij Lassie.

Grappig, maar wat gekunsteld. Hermans kan namelijk zonder dit soort poespas beslist schrijven en een verhaal opbouwen. De door de zee belaagde kustlijn met zilte windstoten die iedereen die in de herfst ooit op een pier heeft gelopen nooit meer zal vergeten, komt schitterend uit de verf. En ook haar rechercheduo is zeer zeker voor herhaling vatbaar.