Twee broers zitten op dezelfde zaak van een vermist meisje. De een als agent, de ander als privédetective.

De twee broers heten Moses en Aaron en nog net geen Kaïn en Abel. Ze hebben dezelfde moeder maar andere vaders.

Die vaders zaten allebei bij de LAPD, en ze zijn beiden overleden. De verschillen tussen de twee broers zijn immens, waarbij het feit dat de een zwart is en de ander blank nog maar het minste verschil is.

Chique Aaron

Aaron is de zwarte privédetective die zijn bankrekening en chique kledingkast goed vol weet te houden met een selectief klantenbestand – hij neemt uitsluitend zaken van heel rijke cliënten aan.

De steenrijke Russische zakenman die hem vraagt de dochter van een van zijn personeelsleden op te sporen, neemt hij dan ook grif aan.

Rechercheur Moses

De zaak van het al maanden spoorloos verdwenen meisje drijft hem in de armen van zijn van hem vervreemde broer Moses. Moses was de rechercheur die de vermissingszaak indertijd op zijn bureau had liggen, maar hij is geen steek verder gekomen.

Als de broers de zaak nu vanuit twee verschillende invalshoeken opnieuw aanpakken, komt er dankzij deze twee-eenheid langzaam schot in.

Oude bekenden

Kellermans vaste personages Alex Delaware en Milo Sturgis blijven ver in de coulissen, maar doordat Kellerman ze toch opvoert als personages toont hoezeer hij met deze twee is vergroeid.

Maar blijkbaar had de auteur zin in een ander perspectief, en het ziet ernaar uit dat deze ongewone Moses/Aaron-kongsi vaker terug zal keren. Hun rivaliteit biedt naast de suspense voldoende aanknopingspunten voor een psychologisch leitmotiv.

Taalgebruik

Typerend voor Kellermans romans is het gebruik van de soepele spreektaal, die ook nog eens heel erg L.A.-gebonden is. Het is opmerkelijk hoe het Engels uit LA aan verandering onderhevig is.

De verschillen tussen het Engels uit Kellermans eerste thrillers en deze nieuwste is aanzienlijk. Nog hipper, nog meer verbasterd Engels, erg popi maar wel aanstekelijk omdat het goed werkt voor de oneliners.

American Psycho

Was Kellerman altijd al van de beschrijving wat zijn personages voor kleren aanhebben, in True Detectives zit hij bijna op het level van Brett Easton Ellis’ Patrick Bateman met het rondsmijten van al die merken.

Overhemd van Zegna, bijpassende broek van Paul Smith, schoenen van Cole Haans. Met Aaron als kledingbewuste ijdeltuit, die er altijd bij wil lopen alsof hij op de cover van GQ moet, lijkt Kellerman wel een lesje modebewustheid in het verhaal te willen verweven.

Motieven

Ook in True Detectives betoont Kellerman zich weer een kundig mysterieschrijver die lijntjes uitzet om ze daarna bewust te laten wapperen. Zo bouwt hij bijvoorbeeld met minieme middelen een intrige op rondom de opdrachtgever van Aaron.

De man is stinkend rijk maar loopt erbij als een bouwvakker. Dat zou iets kunnen zeggen over het motief dat hij zich zo intens om zijn personeelslid bekommert dat hij er diep voor in zijn zak gaat om hem te helpen, maar het kan ook een heel andere aanwijzing zijn.

Over zulke intriges laat Kellerman de lezer nadenken, om er zo veel later weer op eigen wijze mee aan de haal te gaan. True Detectives is geen Alex Delaware-thriller, maar wel onderhoudend genoeg.