Helaas. Ook deze literaire thriller is nauwelijks literair te noemen; cynisch kantoorpikkie verandert in meedogenloze moordenaar, maar de reden achter zijn opmerkelijke transformatie blijft onduidelijk.


Het is natuurlijk al veel vaker gezegd en geschreven: als een uitgever het waagt een boek het predicaat ‘literaire thriller’ mee te geven, verwacht je als doorgewinterde lezer inderdaad een spannend verhaal voorgeschoteld te krijgen, maar allang niet meer een kunstzinnig geconstrueerd verhaal dat je aan het denken zet.


Het koppie van Brant


Dat heeft Walther Schmidt (1963) dan wél weer voor elkaar: het lezen van zijn literaire thrillerdebuut Messcherp en Razend zet je wel degelijk aan het denken. Maar niet omdat het zo’n overweldigend realistisch geschreven verhaal met levensechte karakters is.
Integendeel. Juist omdat je nauwelijks te weten komt wat er nu in het koppie van hoofdpersonage Marcus Brant omgaat, ondanks het gebruikte ik-perspectief en ondanks dat zijn leven gedurende het verhaal op afschuwelijke wijze over de kop gaat.


Driedubbele moord

Het begint nog zo goed, thrillergewijs: Brants baan staat na een uit de hand gelopen functioneringsgesprek op de tocht, zijn vader blijkt vermoord te zijn en als klap op de vuurpijl verdwijnen zowel zijn vrouw als zijn minnares spoorloos.


Brant wordt al gauw verdacht van een driedubbele moord. Hij weet te vluchten en loopt recht in de armen van de jonge, verleidelijke Milena Sobel. Zij staat hem terzijde in zijn zoektocht naar de waarheid, maar of zij het geijkte gezelschap is voor de verwarde Brant valt te bezien.


Ambities


Maar de ambities van Schmidt reiken verder dan een onderhoudend thrillerplotje. De uitgever trekt een vergelijking met het controversiële werk van Markies de Sade, Catherine Millet en regisseur Quentin Tarentino. Veel erotische spanning, ogenschijnlijk nihilistisch geweld met een diepere bedoeling, spanning en mysterie wordt de lezer impliciet beloofd met deze namen.
Schmidt lost deze verwachtingen niet in maar probeert te prikkelen met perverse seksuele fantasieën die in enkele passages zelfs tegen pure horror aanschurken. De vraag die tussen dit platte vermaak overeind blijft is: waarom laat Marcus Brant zich zo meeslepen door de geperverteerde Milena?


Zwakke fundering


Is pure lust en toverpoeder – zoals de infantiele Brant cocaïne noemt – genoeg om gezellig met je minnares lukraak onschuldige mensen op de Damrak af te knallen? Dat vraag je je steeds meer af, zeker naarmate de moorden waarvoor Brant gezocht wordt, steeds meer op de achtergrond lijken te raken. En zeker naarmate de spelletjes die de geslepen Milena met haar prooi speelt een steeds sadistischer karakter krijgen.


De transformatie van cynisch kantoorpikkie naar koelbloedige moordenaar lijkt zich te snel te voltrekken en wanneer Schmidt door een gruwelijke plottwist er een explosief einde aan probeert te breien, tuimelt hij juist definitief over het randje van het belachelijke.


Dan blijkt pas echt op welke zwakke fundering Schmidt zijn verhaal heeft gebouwd. Het plastic oppervlak van de hoofdpersonages is te weerbarstig om eronder te duiken en voldoende geloofwaardig te maken waarom Brant zo ver gaat in zijn liefde voor de duistere Milena. Razend? Ja. Messcherp? Geenszins.

Uitgeverij: Anthos