Tijdens het beleg van Leningrad krijgen twee jonge Russen uitstel van executie als ze een dozijn eieren vinden in de kaalgevreten stad.

Het is 1942 en Leningrad ligt al een jaar onder vuur van de Duitse troepen tijdens Operatie Noorderlicht. De stad is vervallen tot een helleoord waar ratten, katten en wratten uit pure wanhoop worden opgevreten.

Het is bitter koud, de bommen hebben Leningrads grandeur tot gort geschoten en de bewoners zitten hopeloos klem.

Een van die wanhopige Leningraders is Lev Beniov, de zoon van een joodse dichter, en dat zet hem al twee maal in het nadeel.

Zijn grootste makke is echter dat hij als bedeesde jongen van amper zeventien weinig kaas heeft gegeten van overleven in oorlogstijd. Hij had alleen een voorliefde voor schaken voor de aanval van de nazi´s daar een einde aan maakte.

Deserteur

Als hij een Duitse parachutist (die al ver boven de grond was bevroren) plundert, wordt hij in de kerker gegooid. Oorlogsbuit moet immers naar de soldaten, dus op zulke vergrijpen staat de doodstraf.

Hij belandt in een cel met Kolya, een frivole je-ne-sais-quoi knul van twintig. Kolya is een deserteur van het Russische leger, dus ook hem wacht executie.

Eierenruil

Maar Kolya´s radde praatjes weten hem en Lev voorlopig uit de kaken van de dood te houden. Een generaal wiens dochter op het punt van trouwen staat, geeft de jongens de opdracht om hem een dozijn eieren te brengen voor de bruidstaart. Als ze binnen vijf dagen met de eieren terugkomen, is hun hachje gered.

Heden

Deze weergaloze roman begint met een introductiehoofdstuk van David Benioff in het heden, woonachtig in Los Angeles. Zijn grootouders komen uit Leningrad, en hij bedelt zijn opa gek om een verhaal over die belegering. ´Jij bent schrijver,´ antwoordt de man. ´Bedenk zelf maar wat.´

Broederschap

En van die opdracht heeft Benioff zich gekweten. Het is alsof de ervaring van die grootvader genetisch is overgedragen. Benioff verzon een verhaal, en in dat verhaal worden de lotgevallen van Lev en Kolya, broeders in oorlogstijd, beschreven.

Stad der Dieven is een schelmenroman waarin de dialogen tussen de twee helderlicht opflakkeren in het grimmige, asgrauwe decor van Sjostakovitsj Zevende Symfonie.

Lev en Kolya ontmoeten kannibalen, jonge Russinnen die zich staande houden middels prostitutie, en uiteindelijk belanden ze bij een stel partizanen. En overal is daar die barre kou en de dood die op de loer ligt.

Te midden van dat pandemonium groeien de aanvankelijke kibbelarijen van de twee tegenpolen binnen enkele dagen uit tot een hechte band.

Een van de oudere levenswijze broer die zijn jongere, schuchtere broertje de grote levenslessen leert. Over vrouwen, literatuur, oorlog en vrede, mensen en onmensen.

Intensiteit

Vanwege de alom aanwezige dreiging gaan deze levenslessen in de vijfde versnelling, alsof ze de intensiteit van een heel leven in een paar dagen willen steken. De zandloper stroomt door en Lev en Kolya zijn op zoek naar eieren.

Het is van een absurditeit die echter volkomen op zijn plaats lijkt in de wanordelijke chaos van Leningrad. Dat dit duo je uiteindelijk zo in je hart gaat zitten, zou je als enig nadeel van deze roman kunnen aanmerken.

Want is het wel Leningrad 1942, en de stad biedt geen enkele zekerheid op overleven. Al word je er wel snel volwassen, want hun lot zal beslecht worden met een spelletje schaak.