De nieuwste roman van Bouazza is een aangrijpende liefdesgeschiedenis met een dubbele bodem en een open einde.

‘Het is tijd voor mijn geest om te ruien’, begint de verteller in Spotvogel. Hij is afgereisd naar Marokko, naar het geboorteland van zijn vader, om in het reine te komen met zichzelf.

Hij heeft iets ingrijpends meegemaakt, dat wordt al snel duidelijk. Hafid, zoals de verteller later blijkt te heten, weerspiegelt zijn eigen verhaal in de tragische liefdesgeschiedenis van Noral en Marfisa.

Is dit wat Hafid zelf ook is overkomen? Valt de persoon van Hafid samen met die van Noral?

Kracht

Het antwoord op deze vragen blijft in het vage, en hierin zit de kracht van deze roman. Wat wordt verteld is dubbelzinnig, maar dat komt vooral ook door hoe het wordt verteld.

Bouazza’s schrijfstijl ademt een bijzonder aangename, maar vooral aangrijpende sfeer uit. Hij schrijft niet alleen mooie, literaire zinnen. Het zijn ook woorden, zinnen en alinea’s waar iets onder zit.

Er zit méér onder de oppervlakte van deze vertelling. En de lezer wordt gegrepen door dat ‘méér’.

Ervaring

Wat heeft deze verteller meegemaakt? Zo luidt de belangrijkste vraag die de lezer zich stelt bij deze roman.

Anders dan de lezer schijnen de oude bekenden die Hafid in Marokko ontmoet, te weten wat hem is overkomen. Zij zijn allen enorm begripvol en behulpzaam; Hafid lijkt dit als vanzelfsprekend te beschouwen.

Hij zelf lijkt niet, bewust, te beseffen wat hij precies heeft gedaan. Dat wordt wel duidelijk: er is hem niet per se iets overkomen, hij lijkt vooral iets te hebben gedaan.

Tegen de achtergrond van zijn verblijf in Marokko, vertelt hij uiteindelijk het verhaal van Noral en Marfisa.

Dit is iets waar hij naartoe heeft geleefd: ‘Ik denk de woorden te hebben gevonden, waaronder gedachten schuilen en niet enkel de wind die mijn geest zo lang heeft doorblazen.’

Verboden fruit

De geschiedenis van Noral en Marfisa is tragisch. Het liefdeskoppel ontmoet elkaar in het geheim in de moskee in het dorpje Gorthoem, omdat de vader van Marfisa hun liefde heeft verboden.

Op momenten dat haar vader hun ontmoetingen ontdekt, wordt Marfisa lichamelijk zwaar gestraft.

Als een soort vruchten van hun verboden liefde, komen er voortdurend nieuwe moskeeën bij in Gorthoem. Hun liefde mag niet goed aflopen: Noral vlucht weg en Marfisa vindt door de martelingen uiteindelijk de dood.

Hoewel de verteller aan het slot vermeldt: ‘Noraldino is geen vermomming van mijn naam (noch is Hafid mijn naam)’, blijft de lezer wantrouwig.

In hoeverre heeft het verhaal van Noral en Marfisa dan werkelijk betrekking op Hafids verleden? De lezer tast in het duister.

Open einde

Spotvogel geeft stof tot nadenken. Dit boek heeft eigenlijk geen einde. De lezer kan er lang over speculeren, maar uiteindelijk heeft hij de vrijheid om de open plekken zelf in te vullen.

Het mooie van deze roman zit daarom juist in datgene wat niet wordt verteld.

 

Vier sterren