Van Buuren is op de biechtstoel gaan zitten.Hij vertelt over zijn gevecht tegen depressie; intens, gedetailleerd en soms schokkend. Het boek lijkt in één ruk geschreven te zijn; alsof Van Buuren zichzelf geen pauze gunt en in razend tempo zijn hart lucht.

De hoogleraar moderne Franse letterkunde dacht dat hij overspannen was; colleges geven, artikelen schrijven en sociale relaties onderhouden werden hem te veel. Na een gesprek met de psychiater blijkt dat hij lijdt aan een ernstige depressie.

Van Buuren wil het eerst niet geloven, hij is helemaal niet depressief! Totdat het hem – op de fiets naar huis – begint te dagen. Langzamerhand vallen verschillende momenten van zijn leven samen als puzzelstukjes in een voltooide puzzel; depressie heeft zijn leven gekenmerkt.

Openbaring

De gesprekken met zijn psychiater leiden tot een reflectie op zijn hele leven. Hierdoor komt hij tot de conclusie dat depressie altijd al aanwezig is geweest, en nauw verband houdt met zijn gereformeerde achtergrond en aan alcohol verslaafde moeder.

Nu weet hij ook dat zijn relaties nooit stand hebben gehouden door de slechte relatie met zijn moeder. De periode van depressie is een hel voor hem, maar zorgt ervoor dat Van Buuren wel meer inzicht krijgt in zijn eigen leven; dat hij vaste patronen ziet die hem nooit eerder zijn opgevallen: ‘Zonder crisis had ik nooit geweten wat me mijn leven lang heeft dwarsgezeten. Dan had ik nooit geweten wat “herstel” betekent’.

Fietsen

Vanaf het moment dat Van Buuren zijn depressie erkent kan hij niet meer normaal functioneren. De lezer wordt meegesleurd naar de donkerste dagen van zijn leven.

Van Buuren probeert zichzelf uit alle macht actief te houden, voor zover hij dat kan. Alle kleur, gevoel en enthousiasme verdwijnen uit zijn leven. Alleen de dagelijkse fietstochten houden hem op de been. Maar na een tijd kan hij zichzelf niet meer aanzetten tot sporten en dreigt hij compleet weg te vallen.

Uiteindelijk lukt het Van Buuren om stukje bij beetje, met behulp van medicijnen en zorg van vrienden, zijn eigen leven weer onder controle te krijgen. Depressie zal echter altijd op de loer liggen.

Leven in een glazen stolp

Van Buuren trekt de vergelijking tussen zijn leven en het leven van de kikker die onder een stolp zit; de echte wereld is buiten de stolp en maar weinig ervaringen dringen tot hem door; tot binnen de stolp.

Sylvia Plath trok eerder al de gelijkenis tussen leven met depressie als leven onder een bell jar. Van Buuren geeft hier zijn eigen draai aan; hij is de kikker, die eerst niet naar buiten kan en wil komen.

Depressie maakt hem angstig bewust van die stolp, hij wil vrij zijn, maar eruit komen lijkt een onmogelijke opgave. Toch lukt het Van Buuren, de kikker, en kan hij naar hartelust weer gaan fietsen en de buitenwereld in zich opnemen.

3 sterren