Dit knotsgekke romandebuut was genomineerd voor de Man Booker Prize 2008. En terecht, blijkt na lezing van het kloeke en beeldende epos over een moeizame vader-zoonrelatie.

Dat ogenschijnlijk simpele vragen als 'wie ben ik?' of 'waar kom ik vandaan?' kunnen leiden tot de meest complexe en pluriforme antwoorden, hebben de razend intelligente dames en heren filosofen met hun onderlinge eeuwen durende gepalaver al ruimschoots bewezen.

De ogenschijnlijk simpele vraag die de jonge Jasper Dean in Een Fractie van het Geheel aan zijn vader Martin stelt - 'wie is toch die Terry Dean waar mijn klasgenootjes het heel de tijd over hebben?' - levert iets soortgelijks op: een monoloog van Martin Dean dat zo'n kleine tweehonderd bladzijden in beslag neemt over de Australische sportheld, beruchte crimineel én oom van Jasper.

Omineus bommetje

Maar veel eerder al in zijn literaire tour de force - want laten we dat maar gelijk duidelijk stellen - laat de nieuwbakken Australische romanschrijver Steve Toltz een bommetje vallen. Hij situeert het begin van zijn epos in de gevangenis waar de twintiger Jasper Dean zijn bizarre memoires aan het optekenen is. Op dat moment vertrouwt hij ons toe dat het lichaam van zijn vader nooit gevonden zal worden.

Nu vormt de moeizame relatie tussen vaders en zonen al sinds mensenheugenis een dankbare bron voor wonderschone, bitterzoete proza - zou het écht bij Oedipus begonnen zijn? - maar Toltz zet het één en ander net iets scherper aan door dat ene, haast terloops geplaatste zinnetje. Je weet dan: er staat er iets te gebeuren, maar wat? Moet Jasper - zoals op de achterflap ook al zo omineus te lezen valt - medelijden met zijn paranoïde vader hebben of moet hij hem vermoorden?

Buiten de maatschappij

Om daar achter te komen, moet de nieuwsgierig gemaakte lezer wel eerst meer dan zeshonderd bladzijden doorploeteren. Toltz neemt de tijd voor zijn briljante observaties over de mores van de hedendaagse maatschappij. Maar dat is geen ramp. We hadden ons geen verknipter gidsen kunnen wensen dan de drie generaties Dean-mannen waar Toltz ons kennis mee laat maken.

De broers Martin en Terry hebben zichzelf allebei op hun eigen manier buiten de maatschappij geplaatst. Terry als koelbloedige crimineel en moordenaar is dankzij zijn wandaden ironisch genoeg verheven tot nationale held in Australië.

Dit tot grote frustratie van Martin, die zichzelf als groot denker boven de mierenhoopmaatschappij verheven voelt en zijn isolement uiteindelijk concretiseert door zijn huis op een gegeven moment te verstoppen in een labyrint. Zijn briljante ideeën noteert hij in kladblokjes maar vinden nooit een gewillig oor. Maar wanneer ze dat wel doen, loopt het desastreus voor Martin en Jasper af.

Pageturner

Jasper staat zijn vader door weer en wind bij, maar waarom precies is hem een groot raadsel. Misschien uit een ziekelijke nieuwsgierigheid naar hoe het allemaal af gaat lopen, misschien door die oeroude haat-liefdeverhouding tussen vader en zoon, maar misschien ook omdat hij nu eenmaal in alles op zijn maffe vader lijkt.

Hoe zeer Jasper ook bang is om net als zijn vader te worden, hij zit de knotsgekke marathon uit die Toltz voor zijn arme protagonist heeft uitgestipped. De dood of de gladiolen, zogezegd. Smullen voor de lezer die de de dollemansrit door Australië, Parijs en Thailand met dezelfde fascinatie als Jasper mee uit mag zitten.

Want Toltz doet iets aparts. Hij maakt gebruik van een smerig, maar effectief trucje die we vooral tegenkomen bij thrillerschrijvers; hij poneert eerst een explosieve situatie, doet een boude uitspraak, gooit even koud water over de nietsvermoedende lezer, en werkt daarna doodgemoederd de toedracht of uitkomst uit in het daaropvolgende hoofdstuk. Wat begint met een existentiële vraag verwordt zo een pageturner, zonder iets aan emotionele zeggingskracht in te boeten.

Broodnuchtere romancier

Maar bovenal houdt Toltz het verhaal luchtig met een flinke dot humor. De ontknoping waar de titel naar verwijst is zowel verrassend als doodeenvoudig te noemen. En het is bovendien een klap in het gezicht van Jasper, die van zover is gekomen tot dit punt. Toltz is een romancier, maar dan wel eentje van het broodnuchtere en droogkloterige soort.

De vraag dringt zich dankzij die simpel bedachte finale dan op of de redacteur van Toltz niet meer zijn rode pen had moeten gebruiken. Maar dan lees je de beeldende manier waarop Toltz de geestvervoering van een comateuze patiënt beschrijft en dan denk je: er is een reden waarom deze kloeke pil is genomineerd voor de Man Booker Prize 2008. Precies zó moet het zijn.

Uitgeverij: Signatuur

Originele titel: A Fraction of the Whole