Europa ontkerkelijkt als de wiedeweerga, in de Verenigde Staten komen er steeds weer nieuwe kerken bij. Peter Vermaas heeft een vermakelijk reisboekje geschreven over de opmerkelijke rol van religie in het machtigste land van de wereld.

De eerste vraag die journalist en correspondent Peter Vermaas (1975) als buitenlander in met name het zuiden van de Verenigde Staten gesteld kreeg was niet "Wat doe je?", maar "Naar welke kerk ga je?". Een opmerkelijke vraag, die aangeeft hoe geloof voor evangelicals in Amerika niet louter een particuliere zaak is.

Stereotiep beeld

Deze ervaring van Vermaas komt overeen met het stereotiepe beeld dat wij Europeanen van de Amerikanen hebben. Het geloof lijkt daar in het land van Uncle Sam onlosmakelijk verbonden te zijn met alles in het dagelijks leven: turf een gemiddelde uitzending van Oprah er maar op na.

Voor Amerikanen zou je het aanhangen van een geloof een natuurlijk gegeven kunnen noemen. 92 procent van de Amerikanen zegt in een of andere God te geloven. Meer dan driekwart van de bevolking noemt zich belijdend christen en ruim tweederde van de Amerikanen gaat ten minste één keer per maand naar de kerk.

Even een vergelijkinkje: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt slechts tussen de 15 en 18 procent van de Nederlanders dat te doen. De binding met de kerk lijkt hier veel minder te zijn dan in de Verenigde Staten, ondervond Vermaas ook aan den lijve; zijn uitschrijving per e-mail was bij de Protestantse Kerk zo gepiept. In Amerika zou dat vast niet zo makkelijk gaan, denkt Vermaas.

Vermaas zoekt God

Vermaas besloot een rondreis door de Verenigde Staten te maken met die ene brandende vraag in zijn achterhoofd: waarom zijn de kerken daar zoveel succesvoller dan hier in Nederland en eigenlijk heel Europa? Deze zoektocht naar God in Amerika levert naast gezond onderzoek ook vermakelijke en onvermoede verhalen op.

De licht sceptische journalist belandde in Bijbelse pretparken waar de kruisiging van Jezus tweemaal daags als hoofdact werd opgevoerd om de devote bezoekers zowel te entertainen als te onderrichten over het goede werk Gods, maar hij sprak ook met mormonen die vooral op zoek zijn naar wereldwijde erkenning.

Hij sprak met wetenschappers die heilig in creationisme geloven en hij schoof aan bij zogenaamde homogenezers van L.I.F.E. Ministry (Living In Freedsom Eternally). Verder maakte hij vrolijke diensten bij de zwarte kerk mee en ploos hij de religieuze ondertoon van de Amerikaanse countrymuziek tot op de bodem toe uit.

Progressief en gezellig

Maar hoe breed Vermaas zijn onderzoek ook heeft uitgestippeld, dit soort reisverslagen wordt natuurlijk pas interessant of verrassend als de dingen die je vaag wist bevestigd krijgt of als de dingen die je vaag dacht te weten juist ontkracht worden. Als dingen in een ander perspectief geplaatst worden, kan een reisverslag zelfs verrassen.

Vermaas stelt wat dat betreft niet teleur. Hij schuwt naast sceptische humor ook de nuance niet. Is hij in het hoofdstuk over de homogenezers nog onzeker over hun goede bedoelingen, bij de progressieve Trinity United Church of Christ is hij lovender.

Deze zwarte kerk waar de Democratische presidentskandidaat Barack Obama zich gedwongen zag uit te schrijven vanwege de donderpreken van dominee Wright op YouTube, blijkt geen racistissche of angstaanjagend activistische kerk te zijn, maar juist progressief en gezellig. Zo belicht Vermaas in elk hoofdstuk wel een andere, verrassende kant van zijn onderwerp.

Antwoord?

Maar bovenal weet Vermaas informatie op te diepen zonder zijn gesprekspartners voor de schenen te schoppen. Dat siert hem, maar of hij daarmee antwoord op zijn vraag heeft gekregen?

Tja, het antwoord is eigenlijk zowel voor de hand liggend als licht verontrustend voor zowel de kerk als atheïsten. Daar waar de federale staat in de Verenigde Staten een stapje terug doet, springt de kerk in het gapende gat, blijkt in het hoofdstukje over illegale immigranten in de Verenigde Staten. Dat maakt de Amerikanen, hoewel godvrezend, net zo opportunitisch als de ontkerkelijkte Europeaan.

Mark Sluymers

Uitgeverij: Ambo