De Congorivier afreizen in je blanke uppie anno 2004: dit waagstuk werd zowel uitgevoerd als beschreven door de Britse journalist Tim Butcher.

Tim Butcher verbleef als journalist voor de Britse Krant de Daily Telegraph in Afrika, toen hij op een dag een artikel las over de actuele problematiek in Congo.

Dat moment trof hem als een bliksemslag, en daarna kreeg die blikseminslag handen en voeten. Butcher las alles wat hij kon vinden over Congo toen en Congo nu.

'Livingstone, I presume?'

Vooral door de memoires van Congovaarder Morton Stanley, een Britse ontdekkingsreiziger uit de 19de eeuw, vatte Butcher het plan op om ook de Congorivier af te reizen.

Stanley is de man die de fameuze (en verdwenen) Livingstone heeft opgespoord, en hij is tevens de man die het Congolese gebied in Afrika heeft opengelegd voor de Belgische koloniale invasie.

Gekkenwerk

Butchers idee wordt door iedereen afgedaan als gekkenwerk, maar de journalist is vastbesloten zijn plan uit te voeren. Met een paar honderd dollar verstopt in zijn laarzen laat hij zich afzetten in de Afrikaanse staat om op eigen houtje via motoren, kano's en ouderwets met de duim omhoog de rivier af te reizen die vanaf Centraal Afrika tot aan de Atlantische Oceaan loopt.

Zo reist hij in het voetspoor van Stanley, zoals hij de lezer niet ophoudt te melden. Op gezette tijden trekt hij Stanleys boekje tevoorschijn en citeert daaruit, en maakt dan de vergelijking met Congo toen en Congo nu.

Terug in de tijd

Er is in weinig verschil tussen wat Butcher ziet en wat Stanley heeft beschreven. Dat is niet omdat er in die tussentijd niets is gebeurd, maar vooral omdat de Republiek Congo na het vertrek van de Belgische kolonisten weer volkomen terug in de primitiviteit is gegleden.

In Leopolds tijd draaiden de ferrydiensten op de rivier volop en zelfs op tijd, er kwamen Hollywoodcrews met Katherine Hepburn en Humphrey Bogart om een film op te nemen, er was een spoornet, en de natuurlijke schatten van het land werden volop geëxploiteerd (waarbij de grootste buit natuurlijk in de zakken van de Belgen verdween).

Afrikaanse dictators

Al deze 'vooruitgang' is nu verdwenen, en Butcher legt al reizende ook precies uit waarom dat is. Na de machtsovername in 1965 van Mobutu Sese Seko, een 24-karaats Afrikaanse dictator, ging het een tijdje goed omdat de Europese kolonisten een infrastructuur hadden opgebouwd die zelfs toeristen aantrok.

Mobutu en zijn trawanten staken alle opbrengsten van de lopende industrieën in hun zak, organiseerden buitensporige feesten, investeerden niets in het land en binnen de kortste keren donderde het hele land in volle vaart naar faillissement en ondergang.

Naast die economische teloorgang beschrijft Butcher ook te uit en te na hoe de rebellen hebben huisgehouden en nog altijd huishouden in Congo. Het zijn afgrijselijke verhalen over bloedbaden, kannibalisme, geweld om geweld, plunderingen, verkrachtingen, rooftochten.

Water bij de wijn

Tot bijna het eind van Bloedrivier houdt Butcher een slag om de arm over de schuldkwestie van Congo's echec en gewelddadige reputatie, maar als hij bijna aan het eind van zijn Congorivierreis op een VN-boot meevaart met een Maleisische kapitein van de VN, moet hij toch wat water bij de wijn doen.

De Maleisische kapitein, die beslist te lang in dit verloren land heeft rondgelopen, spuwt zijn gal en vergelijkt Congo met zijn eigen land, Maleisië. Ook gekoloniseerd, uitgebuit en lamgelegd door buitenstaanders, maar zij zijn er bovenop gekrabbeld.

Tirade

Die genadeloze tirade neemt Butcher mee in zijn eindconclusie (waarom Afrikanen zo slecht zijn in het managen van Afrika) en hij besluit met een pleidooi dat hulp, hulp en nog meer hulp behelst. Maar als lezer plaats je toch je vraagtekens.

Want neem alleen al sommige stammen die al eeuwenlang een gruwelreputatie genoten van wreed kannibalengeweld die iedereen - Afrikanen incluis - deed verstrakken van angst. Hoe je de vernietigende uitwerking van zulke losgeslagen types wil 'verhelpen', is een raadsel. En dat is dan nog maar één voorbeeld.

Geen hoop

Butcher heeft tijdens zijn reis zelf opmerkelijk weinig echt gevaarlijke situaties meegemaakt, waarmee hij, naar eigen zeggen, mazzel heeft gehad. Hij heeft in elk geval alle tijd gehad om zijn reis zeer nauwkeurig (soms te nauwkeurig waar het gaat om coördinaten) te beschrijven.

Hij heeft tevens zijn uitgebreide research over Congo gebruikt om compleet aandoend verslag te geven van de met honderdduizenden lijken bezaaide geschiedenis en actualiteit van Congo - al is het geen reisverhaal waar je hoopvol van wordt over 's lands toekomst.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Oorspronkelijke titel: Blood River.