Rimpelrocker Ron Wood vertelt over zijn leven vol drugs en drank. Zijn nuchtere kijk op zaken is een kleine teleurstelling, maar voor de échte fans is er altijd wat te smullen.

Het meest bizarre verhaal rondom The Rolling Stones dat ik ooit gehoord heb is wel de anekdote van Keith Richards die ooit het as van zijn overleden vader opsnoof. "Ik opende de urn en door de zuigkracht kwam er as op de tafel terecht. Ik keek naar de as en vroeg me af wat ik nu moest doen. Ik vond het onwaardig om de as in de prullenbak te gooien, dus bevochtigde ik mijn vinger en snoof een beetje as op. De rest van de as strooide ik uit bij een eikenboom." Ach ja, waarom ook niet.

Nuchter

En toch is dit het riedeltje dat je verwacht van die ruige rockers: smeuïge verhalen over seks, drugs en rock-'n-roll. We willen over schandalen lezen. We willen "oh" en "ah" roepen bij pikante verhalen, of die verhalen nu een beetje aangedikt zijn ten behoeve van de mythe doet er eigenlijk niet zo toe.

Maar de autobiografie van Ron Woods (1947), sinds februari 1976 gitarist in vaste dienst bij The Rolling Stones, is opvallend nuchter van toon. Naakte vrouwen en verbouwde hotelkamers, drugdealers die mee op toernee gaan, wilde drankfeestjes in huiselijke kring; het is een tijdlang de normaalste zaak in de wereld van deze rimpelrocker.

Opa vertelt

Wood heeft zijn levensverhaal chronologisch opgebouwd. Met enig gevoel voor romantiek beschrijft hij zijn jeugd als telg van een familie waterzigeuners. Later zou hij de pub die hij aan zijn huis in Ierland laat bouwen Yer Father's Yacht noemen. Het jongetje dat ervan droomde om muziek te maken en te schilderen maakt een flitsende carrière in bands als de Jeff Beck Group en The Faces voor hij eerst als freelancer bij de Stones terecht komt om daarna als vaste kracht bij de band in dienst te treden, tot op de dag van vandaag.

De anekdotes hebben een hoog 'opa vertelt' gehalte, die vooral voor de verstokte Stones-fan interessant zullen zijn. Op de kaft zien we de rocksenior met zijn vuisten geheven. Maar door zijn donkere pretoogjes, de goedaardige glimlach op zijn gezicht en het ietwat potsierlijke rattenkapsel dat min of meer het handelsmerk van hem en vriendje Rod Stewart is, weet je dat die pose geen menens is.

De scherpe rockrandjes zijn er inmiddels wel vanaf. Hoewel hij heel wat op zijn kerfstok heeft staan, laat Ron Wood zich vooral kennen als op en top familieman - met het hart op de juiste plaats en Diana Ross als inrichtingsadviseur voor zijn kinderkamer.

Futiliteiten

De soepele verteltred van Ron Wood zorgt ervoor dat zijn verhalen erin gaan als zoete koek. Bizarre episodes uit zijn door drank en drugs gecontroleerde leven worden afgedaan als grolletjes en kwajongensstreken. Hier en daar strooit hij met grapjes die door de vertaling niet altijd even goed aankomen. Zijn verhalen gaan vergezeld van persoonlijke foto's en tekeningen van de hand van de rockster. Want naast verdienstelijk gitaarspeler is hij ook kunstenaar. Met zo'n druk bestaan kun je natuurlijk niet te lang stil staan bij trivialiteiten.

Soms gaat Wood dan ook wat te snel over dingen heen. Zoals wanneer er kanker wordt ontdekt bij bandlid Charlie Watts: "Een paar jaar geleden, vlak na Forty Licks, moest Charlie naar het ziekenhuis. Daar overwon hij kanker. Hij maakte zich niet druk, hij kwam er gewoon over heen."

In het absurde rockleven is er geen tijd of plaats voor zoiets ordinairs en futiels als kanker. Hetzelfde geldt voor het leger aan beroemdheden dat Ron Wood als bandlid van The Jeff Beck groep, The Faces en de Stones heeft leren kennen, waaronder Jimi Hendrix, Jeff Beck en de Clintons. What else is new?

Keith

In het laatste hoofdstuk komt de contemplatie. Waarom is hij eigenlijk ooit aan de drank gegaan? Hoe gaat het van hier af aan verder? Ron Wood toont zich als een man op het goede spoor, met zijn leven vol drugs en drank achter zich als een smetje op zijn razende carrière.

Op naar de volgende, zou ik zo zeggen: na de verhalen van Wood over zijn beste vriend en medisch wonder Keith Richards (over Mick Jagger en de anderen schrijft hij aanzienlijk minder) smacht je eigenlijk naar een biografie van zijn hand.

Oorspronkelijke titel: Ronnie

Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

Mark Sluymers